Waarom ik pas voor de coronapas

‘Hé Joris, jij komt niet naar de gala-avond?’

Ik geloof dat ik me al meer dan een week had uitgeschreven toen een van mijn favoriete collega’s me via Teams die vraag stelde. Ik antwoordde dat dat klopte en ook waarom. Het Covid Safe Ticket, dat ik vanaf hier bij zijn ware naam zal noemen: de coronapas.

‘Ik begrijp dat niet.’ Dat zei diezelfde favoriete collega na een van de talrijke pogingen om me te overhalen om toch naar dat gala te gaan. Allemaal mislukt, die pogingen, die ik niettemin als een compliment opvat. 

Voor mijn toffe collega staat de coronapas gelijk aan de vrijheid om te feesten en andere leuke dingen te doen. Ik vermoed dat veel mensen er zo naar kijken. Begrijpelijk zelfs, want zo voelt de coronapas niet alleen aan, zo wordt hij ook ‘verkocht’. En dat hij zo wordt verkocht, is bovendien even begrijpelijk, voor zover de achterliggende beweegreden een medische is.

En hier komen we naar mijn aanvoelen in troebel water.

Wat heeft de coronapas (nog) te maken met het coronavirus an sich?

Ik ben geen dokter, geen viroloog, geen (bio)statisticus of welk type wetenschapper dan ook. Over het medische luik van corona kan ik niks zeggen dat ik zelf begrijp. Het beste wat ik daar kan doen, is nabauwen wat anderen zeggen. Daar pas ik voor. 

Maar een redenering opbouwen kan ik wel. Vragen stellen ook. Laat ik dus maar vragen stellen. Dat komt bovendien minder drammerig over.

Wat is de coronapas (ook gekend als Corona Safe Ticket en COVID-certificaat)?

Oorspronkelijk is de coronapas een tijdelijke Europese maatregel die reizen binnen de EU mogelijk maakt. In Vlaanderen is de coronapas verplicht voor bepaalde massa-evenementen. De meeste mensen hebben hun coronapas in hun smartphone via de CovidSafeBE-app.

Inmiddels is het toepassingsgebied van de coronapas uitgebreid, zowel in binnen- als buitenland. In Vlaanderen valt het voorlopig mee, met naast massa-evenementen enkel discotheken en nachtclubs vanaf 1 oktober. In pakweg Frankrijk of Nederland is het andere koek.

Waarom pleiten beleidsmakers voor een coronapas?

Dat is een goeie vraag. De uitleg die je het meeste vindt (ik alleszins), is dat de coronapas toelaat om grote bijeenkomsten te organiseren zonder mondmasker en afstandsplicht. Tot bepaalde bezoekersaantallen kan je evenementen organiseren zonder coronapas, maar dan moet iedereen dus een mondmasker op en afstand houden. 

Mondmasker en afstand houden zijn twee maatregelen met het oog op de verspreiding van het virus. Over hun doeltreffendheid spreek ik me niet uit omdat ik daar niks van afweet of begrijp. Ik begrijp enkel dat we niet willen dat mensen elkaar besmetten. We willen mensen tegen elkaar beschermen, quoi. Dat klinkt aannemelijk. Tistezeggen…

Wie moet tegen wie beschermd worden?

In Vlaanderen is wanneer ik dit schrijf 78,21 procent dubbel gevaccineerd. Die mensen zijn dus in principe sowieso beschermd, ongeacht met wie ze in contact komen en op welke manier. Al zijn er voorvallen, zoals de zeven gevaccineerde coronadoden in een woonzorgcentrum in Zaventem, die dat lijken tegen te spreken. Algemeen mogen we er echter van uitgaan dat wie gevaccineerd is, beschermd is. Waarom zou je je anders laten vaccineren? 

Wie beschermd is, hoeft dus geen mondmasker en geen afstand. 

Bijna 80% volledig gevaccineerden. Tegen wie moeten zij beschermd worden?

Wat met niet-gevaccineerden?

Doordat de keuze voor vaccinatie vrij is, hebben we in Vlaanderen een kleine 22 procent niet-volledig-gevaccineerden. Moeten niet-gevaccineerden beschermd worden? Mja, dat is dus een moeilijke. De niet-gevaccineerden die ik ken, en dat zijn er maar weinig, geloven meer in hun eigen immuunsysteem dan in het vaccin. Terecht of niet terecht kan ik niet zeggen.

Anekdotisch kan ik zeggen dat net vandaag een aannemer die bij ons thuis verbouwingswerken doet, me vertelde dat hij niet gevaccineerd is en toch corona kreeg. Twaalf dagen platte batterij en daarna weer oké. Hij vertelde ook van een kennis van hem die wel gevaccineerd is en toch corona kreeg. De deltavariant. Die kennis was pas terug beginnen werken, halftijds en het ging hem niet af. Ongerijmdheden, waarover ik verder niks zinnigs kan zeggen.

Of toch. 

De reden waarom beleids- en opiniemakers voor de coronpas pleiten, is om niet-gevaccineerden te overtuigen om zich toch te laten prikken, bij voorkeur minstens twee keer. De beleidsmakers geven dat zelf toe.

Vraag is: waarom? 

Waarom is het nodig dat 100 procent van de bevolking ouder dan 12 (voorlopig) zich laat vaccineren? 

Dat wordt nergens gezegd. Eerst was het 70 procent, dat herinnert iedereen zich vast wel. Daarna was het 80 procent, denk ik. Nu zitten we daar bijna, maar blijkbaar volstaat het niet.

En ik heb nog een vraag. Werkt het vaccin wel?

Er zijn intussen wel wat gevallen bekend van geprikte mensen die toch besmet raakten, van geprikte mensen die daarbij ook ziek werden en van geprikte mensen die aan/met corona overleden zijn. Van dat laatste kregen niet-gevaccineerde mensen de schuld, terwijl ikzelf precies toch eerder richting vaccin zou kijken, want zeg nu zelf: wat voor nut heeft een vaccin dat niet beschermt? En als het niet beschermt, hebben de vaccinweigeraars dan geen punt?

Maar goed, hier gaat het over de coronapas en waarom die nu de nieuwe voorwaarde is op de lange weg naar het rijk der vrijheid. De coronapas dient dus om niet-gevaccineerden te pesten, ik bedoel, te nudgen richting vaccinatie. In de argumenten die daarbij gehanteerd worden, komt het coronavirus zelf niet meer voor. Op de scholen worden onzekere tieners gelokt met beloftes over zorgeloos reizen en feesten. Allemaal mooi, maar bezwaarlijk een medisch motief om je iets te laten inspuiten.

Bij meerderjarige niet-gevaccineerden volgt de argumentatie pro coronapas twee sporen. Enerzijds wordt met dezelfde feest- en reiswortel gezwaaid, anderzijds verkleint beetje bij beetje het aantal zaken dat ze zonder coronapas kunnen doen (zoals gezegd valt dat in Vlaanderen voorlopig nog goed mee). Intussen worden die mensen openlijk geculpabiliseerd door zogenaamd liberale eerste minister Alexander De Croo, terwijl ze eigenlijk gewoon gebruik maken van de vrijheid die diezelfde De Croo hen eerder had gegarandeerd. 

De niet-gevaccineerden wordt verweten de samenleving te gijzelen. Dat is een gekke redenering, zeker bij de hoge vaccinatiegraad die we hebben. Tenzij de vaccins niet werken. Indien de vaccins wel werken, dan blijft de redenering even gek en heeft de coronapas niks met het virus te maken. En als de coronapas met het virus niks te maken heeft, wat is de coronapas dan anders dan een politieke beslissing?

En hier wordt het creepy. Want:

Waarom pleiten beleidsmakers voor de coronapas? Of anders gezegd: wat heeft de coronapas nog met het virus te maken?

Dat is dezelfde vraag als in het begin.

Je kan denken dat ik de zot ben. Je hebt gelijk. Maar ik ben zeker niet de enige. Over Tegenwind zette ik al iets op Facebook. Daarnaast vond ik bedenkingen hier, hier en hier (deze laatste staat eigenlijk in het Parool, maar achter een betaalmuur. Van de FB-groep in kwestie ben ik geen lid).

In China hebben ze een sociaalkredietsysteem. Zoek maar op als je het niet kent. De coronapas doet me daar aan denken. Mensen worden opgedeeld in goeden en slechten op basis van of ze zich hebben laten prikken met een vaccin waarvan het niet uitmaakt of het werkt. Want werkt het, dan zijn gevaccineerden safe. Werkt het niet, dan hadden de niet-gevaccineerden gelijk.

Het spreekt voor zich dat ik aan zoiets niet meedoe. Niet aan prikacties zonder medische grond en niet aan het al dan niet doelbewust tegen elkaar opzetten van mensen middels een pasje, eveneens zonder medische grond.

En dus pas ik voor de coronapas en zeg ik: in geen duizend jaar ga ik naar plaatsen of evenementen waar je een coronapas moet tonen om binnen te mogen*. Nu, in principe moet ik geen duizend jaar wachten, want de coronapas is tijdelijk. Toch?

Nu ben ik zelf benieuwd hoe lang ik dat ga volhouden, eerlijk gezegd.

*De enige uitzondering die ik zonder aarzelen zal maken zijn reizen naar mijn schoonfamilie aan de andere kant van de wereld. Voor familie doe je nu eenmaal wat moet.

Afbeelding: Image by Wilfried Pohnke from Pixabay

De argumenten pro Belgica zijn op

België heeft voor niemand nog een meerwaarde, dat blijkt eens te meer tijdens de coronacrisis. Sommigen pleiten voor een confederaal België, maar wie zit daar op te wachten? Eigenlijk is een onafhankelijk Vlaanderen de enige werkbare en zelfs verantwoorde oplossing.


Voor we eraan beginnen, twee korte disclaimers.

  1. Alles wat ik hier schrijf is in eigen naam en kan bijgevolg alleen met kwade wil verward worden met de partijstandpunten van de N-VA
  2. Ik zou echt waar willen dat Wallonië een welvarende regio was geweest en hoop dat het dat gauw kan worden. Los daarvan: no hard feelings tegen welke Franstalige dan ook. De PS is mijn vijand niet.

Nu dat duidelijk is, kunnen we eraan beginnen.


Moest ik Belgisch-gezind zijn, ik denk dat ik me redelijk moedeloos zou voelen. 580 dagen passeerden sinds de regering Michel I viel, 419 sinds de verkiezingen van mei 2019. Een nieuwe Belgische regering is in de verste verte niet in zicht. En sinds juni doet de koning, nochtans vaak naar voren geschoven als verbindende factor, blijkbaar niet meer mee.

Zelfs de coronacrisis, met al haar implicaties, heeft op geen enkel moment een Belgische regering dichterbij gebracht. Sommigen kijken naar de politici en de politieke partijen en bedenken hen met complimenten als ‘onverantwoordelijk’ en ‘onbekwaam’. Onterecht, de regio’s tonen aan dat het geen kwestie van slechte wil of onkunde is.

Maar wat is het dan wel? Wat is de reden dat zelfs de zelfverklaarde België-minnende politici er niet in slagen om een volwaardige Belgische regering op de been te brengen? Het is geen moeilijke vraag en ook het antwoord is eenvoudig: omdat ze er niks bij te winnen hebben. Of, anders gezegd, omdat België niks meer te bieden heeft.

Een visionair boekje zonder inhoud

In menig Vlaamsgezinde boekenkast staat een boekje met als titel Argumenten pro Belgica. Ik heb het hier ook (enkele keren) in de kast staan. Het is een oud boekje, van enkele decennia terug. Ik kan het iedereen aanraden. Er staat niks in. Letterlijk. Alleen lege bladzijden. Blijkbaar is het een visionair boekje.

De argumenten pro Belgica zijn op. Het is game over. Een andere conclusie kan ik niet meer trekken nu ik weet wat zelfs een crisis als corona niet vermag. België is dood. Een kadaver. Iedereen weet het, iedereen ziet het, al wil nog niet iedereen het luidop gezegd hebben. 

Wie wil confederalisme?

Wat nu? Mijn partij pleit voor confederalisme. Alle bevoegdheden naar de deelstaten en wat restbevoegdheden voor België. Los van de gedachte dat confederalisme eigenlijk een Franstalig (wanhoops)aanbod zou moeten zijn in ruil voor centen, vraag ik me af wie blij zou worden van confederalisme. Wie wil echt een confederaal België?

Pas moi

Van revolutionaire gedachte naar verantwoordelijke oplossing

Ik wil een onafhankelijke republiek Vlaanderen. Voor minder ga ik niet. Ik ben trouwens niet de enige. Mijn positie binnen de N-VA is een bevoorrechte, in die zin dat ik met veel mensen binnen en buiten de partij mag praten. Bijna overal hoor ik dezelfde verzuchting, soms een beetje fluisterend of zelfs stilzwijgend gezegd: een onafhankelijk Vlaanderen.

Het is niet langer nodig te fluisteren. Meer nog dan het gesukkel na de verkiezingen van mei 2019 heeft corona het allerlaatste argument pro Belgica van alle overtuigingskracht ontdaan. Dit land heeft niemand nog iets te bieden. En in die zin is een pleidooi voor een zelfstandig Vlaanderen niet eens meer een revolutionaire uitspraak, maar eerder een verantwoordelijke oplossing voor al wie beweert het wel te menen met de Vlamingen.

Tijd om de knop in 11 miljoen hoofden om te draaien

Blijft de vraag: wat nu? Komt het antwoord: voorbereiding, op 2 niveaus. 

De V-politici (sommige politici zijn V zonder dat hun partij V is) moeten zich verzamelen om de Vlaamse staat voor te bereiden. De Vlaamse onafhankelijkheid voorbereiden betekent onder meer een aanvaardbare minimum- en maximumgrens vastleggen waarmee Vlaanderen naar de Franstaligen gaat om te onderhandelen. We leggen uiteraard enkel de maximumgrens op tafel en murmelen eenzijdige afscheuring wanneer zelfs het minimum niet haalbaar blijkt.

Daarnaast denk ik dat de politici de Vlaming moeten voorbereiden door de dingen bij hun naam te noemen en hem gewoon te zeggen: het doel is een Vlaamse republiek. In de hoofden van elke ‘Belg’ moet de Vlaamse republiek als een onontkoombaar voldongen feit geprent worden. Wen er maar aan is cru gezegd, maar daar komt het op neer. Persoonlijk ben ik er zelfs van overtuigd dat de meeste Vlamingen snel aan die nieuwe toekomst zullen wennen.

Ik weet dat er soms gezegd wordt dat Vlaamse onafhankelijkheid geen doel an sich is, maar eerder een middel tot een democratischer bestuur. Mja, wat mij betreft, is het beide. Middel. Maar ook doel an sich. Een legitiem en eervol doel bovendien. Daar hoeven we niet verlegen voor te zijn.

Kortom, het is tijd om de knop om te draaien. Als de huidige situatie in dit land nog niet voldoende aanleiding biedt om het communautaire gaspedaal in te duwen, dan weet ik niet welke omstandigheden wel goed genoeg zullen zijn. België is niet meer te redden, in geen enkele vorm.  België is het verleden, Vlaanderen is de toekomst.

11 juli – Prudens’ tweet

11 juli is doorgaans een regenachtige dag, het regent dan namelijk toespraken en opstellen van politieke spelers allerlei. Meestal blikt de auteur van zo’n opstel een beetje terug en een beetje vooruit. Afhankelijk van zijn positie in de politieke arena is de teneur somber dan wel optimistisch over Vlaanderen. Mogelijk zit er hier en daar eentje tussen die mijmert over wat het betekent Vlaming te zijn. Dit jaar ben ik zo eentje.Lees verder “11 juli – Prudens’ tweet”

Onverdoofd is onbemind

Over het verbod op onverdoofd slachten dat (pas) in 2019 zou ingaan, is al veel geschreven en gezegd. Ik ga dat hier niet herhalen. Wel wil de twee beste reacties delen die ik over het onderwerp heb gelezen.

Ze komen toevallig (echt waar) van 2 partijgenoten. Geniet ervan!

Schermafbeelding 2017-03-31 om 21.02.24

 

Schermafbeelding 2017-03-31 om 21.06.00

Religies en onzin, een sterker verbond ga je niet gemakkelijk vinden.

Journalistieke neutraliteit – no, gracias

Op de website van Doorbraak verscheen afgelopen weekend een bescheiden voorstel van de hand van Jean-Pierre Rondas onder de titel De Morgen: een bescheiden voorstel aan de onderpastoors van bladzijde 2. Rondas’ modest proposal bestaat in het aanstellen van twee opiniërend redacteurs per krant: een linkse en een rechtse. Op die manier zou het MSM-landschap evenwichtiger en wat neutraler worden.Lees verder “Journalistieke neutraliteit – no, gracias”