De argumenten pro Belgica zijn op

België heeft voor niemand nog een meerwaarde, dat blijkt eens te meer tijdens de coronacrisis. Sommigen pleiten voor een confederaal België, maar wie zit daar op te wachten? Eigenlijk is een onafhankelijk Vlaanderen de enige werkbare en zelfs verantwoorde oplossing.


Voor we eraan beginnen, twee korte disclaimers.

  1. Alles wat ik hier schrijf is in eigen naam en kan bijgevolg alleen met kwade wil verward worden met de partijstandpunten van de N-VA
  2. Ik zou echt waar willen dat Wallonië een welvarende regio was geweest en hoop dat het dat gauw kan worden. Los daarvan: no hard feelings tegen welke Franstalige dan ook. De PS is mijn vijand niet.

Nu dat duidelijk is, kunnen we eraan beginnen.


Moest ik Belgisch-gezind zijn, ik denk dat ik me redelijk moedeloos zou voelen. 580 dagen passeerden sinds de regering Michel I viel, 419 sinds de verkiezingen van mei 2019. Een nieuwe Belgische regering is in de verste verte niet in zicht. En sinds juni doet de koning, nochtans vaak naar voren geschoven als verbindende factor, blijkbaar niet meer mee.

Zelfs de coronacrisis, met al haar implicaties, heeft op geen enkel moment een Belgische regering dichterbij gebracht. Sommigen kijken naar de politici en de politieke partijen en bedenken hen met complimenten als ‘onverantwoordelijk’ en ‘onbekwaam’. Onterecht, de regio’s tonen aan dat het geen kwestie van slechte wil of onkunde is.

Maar wat is het dan wel? Wat is de reden dat zelfs de zelfverklaarde België-minnende politici er niet in slagen om een volwaardige Belgische regering op de been te brengen? Het is geen moeilijke vraag en ook het antwoord is eenvoudig: omdat ze er niks bij te winnen hebben. Of, anders gezegd, omdat België niks meer te bieden heeft.

Een visionair boekje zonder inhoud

In menig Vlaamsgezinde boekenkast staat een boekje met als titel Argumenten pro Belgica. Ik heb het hier ook (enkele keren) in de kast staan. Het is een oud boekje, van enkele decennia terug. Ik kan het iedereen aanraden. Er staat niks in. Letterlijk. Alleen lege bladzijden. Blijkbaar is het een visionair boekje.

De argumenten pro Belgica zijn op. Het is game over. Een andere conclusie kan ik niet meer trekken nu ik weet wat zelfs een crisis als corona niet vermag. België is dood. Een kadaver. Iedereen weet het, iedereen ziet het, al wil nog niet iedereen het luidop gezegd hebben. 

Wie wil confederalisme?

Wat nu? Mijn partij pleit voor confederalisme. Alle bevoegdheden naar de deelstaten en wat restbevoegdheden voor België. Los van de gedachte dat confederalisme eigenlijk een Franstalig (wanhoops)aanbod zou moeten zijn in ruil voor centen, vraag ik me af wie blij zou worden van confederalisme. Wie wil echt een confederaal België?

Pas moi

Van revolutionaire gedachte naar verantwoordelijke oplossing

Ik wil een onafhankelijke republiek Vlaanderen. Voor minder ga ik niet. Ik ben trouwens niet de enige. Mijn positie binnen de N-VA is een bevoorrechte, in die zin dat ik met veel mensen binnen en buiten de partij mag praten. Bijna overal hoor ik dezelfde verzuchting, soms een beetje fluisterend of zelfs stilzwijgend gezegd: een onafhankelijk Vlaanderen.

Het is niet langer nodig te fluisteren. Meer nog dan het gesukkel na de verkiezingen van mei 2019 heeft corona het allerlaatste argument pro Belgica van alle overtuigingskracht ontdaan. Dit land heeft niemand nog iets te bieden. En in die zin is een pleidooi voor een zelfstandig Vlaanderen niet eens meer een revolutionaire uitspraak, maar eerder een verantwoordelijke oplossing voor al wie beweert het wel te menen met de Vlamingen.

Tijd om de knop in 11 miljoen hoofden om te draaien

Blijft de vraag: wat nu? Komt het antwoord: voorbereiding, op 2 niveaus. 

De V-politici (sommige politici zijn V zonder dat hun partij V is) moeten zich verzamelen om de Vlaamse staat voor te bereiden. De Vlaamse onafhankelijkheid voorbereiden betekent onder meer een aanvaardbare minimum- en maximumgrens vastleggen waarmee Vlaanderen naar de Franstaligen gaat om te onderhandelen. We leggen uiteraard enkel de maximumgrens op tafel en murmelen eenzijdige afscheuring wanneer zelfs het minimum niet haalbaar blijkt.

Daarnaast denk ik dat de politici de Vlaming moeten voorbereiden door de dingen bij hun naam te noemen en hem gewoon te zeggen: het doel is een Vlaamse republiek. In de hoofden van elke ‘Belg’ moet de Vlaamse republiek als een onontkoombaar voldongen feit geprent worden. Wen er maar aan is cru gezegd, maar daar komt het op neer. Persoonlijk ben ik er zelfs van overtuigd dat de meeste Vlamingen snel aan die nieuwe toekomst zullen wennen.

Ik weet dat er soms gezegd wordt dat Vlaamse onafhankelijkheid geen doel an sich is, maar eerder een middel tot een democratischer bestuur. Mja, wat mij betreft, is het beide. Middel. Maar ook doel an sich. Een legitiem en eervol doel bovendien. Daar hoeven we niet verlegen voor te zijn.

Kortom, het is tijd om de knop om te draaien. Als de huidige situatie in dit land nog niet voldoende aanleiding biedt om het communautaire gaspedaal in te duwen, dan weet ik niet welke omstandigheden wel goed genoeg zullen zijn. België is niet meer te redden, in geen enkele vorm.  België is het verleden, Vlaanderen is de toekomst.

Objectief-V: relevant, leerrijk en volwassen – nabeschouwing

De 3 studievoormiddagen over confederalisme waarmee de N-VA haar Objectief-V gewicht wenste te geven waren een geslaagd initiatief. De belangstelling was groot, de inhoud was meestal relevant en altijd leerrijk. De aandachtige aanwezige kreeg krachtige argumenten aangereikt om het eigen discours te onderbouwen en dat van de politieke tegenstand te counteren. Hoewel niet op elke vraag even klare antwoorden kwamen, was de centrale boodschap toch duidelijk.

 Eerst kort over de vaagheden, niet om te vitten, maar omdat ze nogal relevant zijn. Zoals de monarchie. Iemand stelde de vraag, het antwoord was in humor gedrenkt, maar niet ad rem. Begrijpelijk voor wie het koningshuis als een van de spelers rond de pokertafel beschouwt. De andere vaagheid betrof Brussel. Brussel kwam wel aan bod, maar niet op een manier die doordacht of realistisch overkwam. Evenzeer begrijpelijk, want Brussel is het moeilijkste deel van het post-Belgicam vraagstuk.

De vaagheid over deze belangrijke, maar eerder praktische kwesties weze organisatoren Sander Loones en Matthias Diependaele vergeven, want strikt gezien vielen ze buiten de opzet van de studievoormiddagen. De centrale vraag in zowel het inleidende als het afsluitende betoog van beide heren was: Hoe Vlamingen winnen voor confederalisme? Of: hoe van ‘Ik ben Vlaming’ een evidentie maken in plaats van een politiek statement?

Hoewel het antwoord op die laatste formulering erg klaar is (onmogelijk in een Belgische context), boden de 3 studiedagen flink wat munitie voor wie het confederalisme in publieke discussies wil bepleiten. Vlaanderen en Wallonië hebben elk een eigen dynamiek, zowel op politiek als op economisch vlak, en dat al sedert de Belgische afscheiding in 1830. Best wel straf overigens dat daar anno 2017 nog mensen van moeten overtuigd worden.

Die verschillende dynamieken werden bijzonder goed aangetoond. De evidente conclusie -elke regio zou zoveel mogelijk een beleid gericht op de eigen, specifieke noden en wensen moeten kunnen voeren- toont daarbij ineens de democratische meerwaarde van onafhankelijkheid voor Wallonië. Terecht werd tijdens de laatste studiedag opgemerkt dat men een pleidooi voor zelfbestuur dezer dagen eerder in Wallonië zou verwachten. Zelf ben ik optimistisch en ga ik ervan uit dat dat nog wel komt.

De eigen Vlaamse dynamiek, zoals aangetoond al aanwezig van bij de Belgische onafhankelijkheid, maakt duidelijk dat de specifieke Vlaamse identiteit in de 21ste eeuw eerder een historisch feit is dan een politiek statement. Meer nog, elk pleidooi om Vlamingen en Walen aan eenzelfde beleid te onderwerpen, is in feite onverdedigbaar geworden. We zijn, zoals al vaak gezegd, echt waar 2 verschillende democratieën en hebben elk recht op een beleid conform ons stemgedrag.

Wat me persoonlijk bijzonder meeviel, was de vriendschappelijke houding tegenover de Walen, die Peter De Roover terecht slachtoffers van België noemde. Het confederalisme gaat uit van een constructief geloof in het potentieel van Wallonië als onafhankelijke staat. Alvast hiermee toont de N-VA zich een volwassen partij en volgens mij daardoor ook een aantrekkelijkere partner voor de Walen. Wie goed luisterde, kan dus niet alleen zijn mede-Vlamingen overreden, maar ook onze Waalse buren.

Afsluitend wil ik toch nog meegeven dat ik persoonlijk het confederalisme niet zie gebeuren. Jan Spooren noemde 4 bevoegdheden voor de confederale overheid: veiligheid, defensie, buitenlandse zaken en de schuldafbouw. Dat zijn er minstens 3 te veel en die 4de, schuldafbouw, kan even goed buiten een confederatie overeengekomen worden. De enige reden voor een confederatie is Brussel, waarvan ik vermoed dat het door niemand echt gewenst is. Maar zelfs Brussel zal naar mijn aanvoelen niet kunnen verhinderen dat, als de dag daar is, Vlaanderen en Wallonië zullen overeenkomen elk hun eigen weg te gaan, zonder overkoepelende overheid.

In elk geval werkten de studievoormiddagen als een deugddoende douche. Wie zich verontrust voelde door de zogenaamde communautaire stilstand, werd eraan herinnerd dat in België alles communautair is en dat het gegeven dat er niet over gesproken wordt, niet betekent dat de dingen niet in beweging blijven. Voor velen was het initiatief wellicht een hart onder de riem, menig aanwezige zal met hernieuwde moed huiswaarts getogen zijn.

Zoals Matthias Diependaele afgelopen zaterdag zei: Wij zijn er klaar voor.