Slordig met taal

In zijn Doorbraak-bijdrage Taal als bindmiddel in Strategienota Vlaanderen Nederland schrijft de immer interessante Theo Lansloot een opmerkelijk zinnetje: “Vlamingen springen vaak slordig met hun schrijf- en spreektaal om”. De Vlaamse taalslordigheid is een heuse mantra geworden. Toch berust ze op een misvatting, weliswaar begrijpelijk, maar daarmee nog niet minder een misvatting, over wat standaardtaal is en ook over wat taal is.Lees verder “Slordig met taal”

Vlaanderen 2055 – boekbespreking

‘Ik hoop dat ik u met dit essay wat rusteloos heb gemaakt’, schrijft Jonathan Holslag (VUB) aan het einde van zijn boekje Vlaanderen 2055. Wel ja, toch wel een beetje, want Holslag pleit voor het duurder maken van wonen in open bebouwing in landelijk gebied, wat precies mijn situatie is.Lees verder “Vlaanderen 2055 – boekbespreking”

Over helden

Op de vrije tribune van Charlotte Vandycke in Knack valt wel het een en ander aan te merken. Zo spreekt ze uitsluitend over vluchtelingen terwijl er tussen die mensen zeker een deel “gewone” migranten zit. Ook hou ik er niet van dat ons verweten wordt negatief te staan tegenover mensen in nood, terwijl Europa en Vlaanderen uiteraard wél veel doen, zoals blijkt alleen al uit inzamelacties zoals 1212. Overigens zou ik wel eens willen lezen wat met al dat ingezameld geld precies gebeurt.

 Maar omdat ik niet altijd vanuit een defensieve ingesteldheid wil debatteren, concentreer ik me in deze bijdrage op de raakvlakken tussen Vandycke’s discours en mijn eigen opvattingen. Eerlijk is eerlijk: ik voelde me aangesproken door Moeten we ons schamen dat we mensen redden, dat we gastvrij en solidair zijn. Meer nog: met de essentie van Vandycke’s betoog ben ik het eens. Dat is niet moeilijk. Ooit is het misschien aan ons en alleen de goden weten wat we dan allemaal zullen doen voor onze kinderen.

 Ik heb begrip voor mensen die hun meest vertrouwde omgeving achterlaten en zich wagen in het onbekende in de hoop op iets beters. Evident is het allerminst. Moedig is het zeker. De beslissing om alles op te geven en te vertrekken, kan je gemakkelijk framen als een token van bewonderenswaardige daadkracht. Dit zijn in se geen mensen die bij de pakken blijven zitten. Daarbij maakt het mij niet uit of het om vluchtelingen dan wel migranten gaat, al behoeven beide categorieën mijns inziens niet dezelfde aanpak.

 Daarnaast heb ik er alle begrip voor dat vluchtelingen/migranten/ngo’s de EU verkiezen als bestemming, en niet dichterbij gelegen maar ongezellige plekken als Saoedi-Arabië of Libië. Ik ervaar de keuze voor de EU als een compliment en zelfs als een evidentie, want nergens is het beter leven dan bij ons. Als je dan toch alles moet opgeven voor een beter leven, dan kan je maar beter ineens naar de beste plek trekken. Al mag het EU-immigratiebeleid wel wat kordater en gestroomlijnder, vind ik. Overigens ben ik het wel met Armand Vervaeck eens dat de reddingsacties door ngo’s als Artsen Zonder Grenzen een politieke dimensie hebben en dat daar meer transparantie over mag komen.

Waar ik eveneens begrip voor heb, is de economisering van de vluchtelingen- en migratiestromen. Dat is een mooi woord voor mensensmokkel, wat op zijn beurt een lelijk woord is voor migratie-economie. Hoewel ik er niet aan twijfel dat er iets maffieus’ aan zit, lijkt de stroomlijning ervan me begrijpelijk en misschien zelfs wenselijk. In feite is dit gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Wel ware het beter indien het de EU zelf was die de migratiestromen beheerde in plaats van dat over te laten aan allerlei dubieus volk.

 Het element uit Vandycke’s vrije tribune ik het meeste mee eens ben, is dat het belangeloos helpen van medemensen in nood een heldendaad is. Altruïsme en empathie zijn kernaspecten van ons mens-zijn. Daar is niks softs aan. Een uitgestoken hand zou nooit mogen bestraft worden, maar zou integendeel moeten worden geprezen als gebaar van bescheidenheid en als bron van inspiratie. Medelijden en mededogen zijn kwaliteiten, geen gebreken, en kunnen we alleen maar aanmoedigen. De bruggen die we daarmee slaan, kunnen nog van pas komen.

 Immers, ooit is het misschien aan ons.

Omkeerbare uitspraken

Wat je vaak leest na een islam-aanslag in Europa is dat de overgrote meerderheid van de moslims daar niks mee te maken heeft. Wat mij betreft, bestaat daar geen enkele twijfel over. De overgrote meerderheid der moslims zijn maar boludo’s zoals wij, die in de eerste plaats een comfortabel leven nastreven. Dé islam bestaat niet en dus bestaat ook dé moslim niet. Dat is juist.

 Het omgekeerde geldt ook. Niet elke Vlaming is racist of vreemdelingenschuw. Zelfs niet indien die Vlaming zich grotendeels aan de rechterkant van het politieke spectrum bevindt, de bicolore boven de tricolore Leeuw verkiest en zich af en toe of regelmatig kritisch uitlaat over de islam of andere vreemde cultuuruitingen. Je kan niet de moslim relativeren zonder de rechtse Vlaming te relativeren.

 Hetzelfde gaat op voor die andere veel gepleegde uitspraak na islamgerelateerde wantoestanden: de moslims zijn zelf de eerste slachtoffers. Of ze de eerste slachtoffers zijn, betwijfel ik enigszins, maar dat wat nu gebeurt zich op lange termijn tegen alle moslims zal keren, valt te verwachten. Overigens is het best wel curieus dat bij die uitspraak vooral naar Vlaamse politici geloensd wordt en veel minder naar de aanslagplegers. Of misschien komt dat laatste gewoon minder in het nieuws.

 Onschuldige slachtoffers als gevolg van onterechte veralgemening, dat gaat uiteraard ook op voor ons, de Vlamingen of, bij uitbreiding, de Europeanen. Tenzij iemand van mening is dat de aanslagen in Brussel, Parijs, Londen, Berlijn en elders door elk van ons zelf zijn uitgelokt. Hoewel ik niet begrijp waarom, valt nog wel in te beelden dat Midden-Oosterlingen kwaad zijn op iets uit het Westen. Maar om ons dan allemaal te willen pijn doen, is onredelijk.

 Kortom, uitspraken zoals slachtofferschap, onschuld, meerderheid heeft er niks mee te maken, product van de maatschappij, etc.. zijn allemaal juist, maar je kan ze niet op de ene groep toepassen zonder ze op dezelfde manier op de andere toe te passen. Ze zijn perfect omkeerbaar. Dat maakt dit soort statements in de nasleep van gebeurtenissen zoals Londen of Brussel, hun juistheid ten spijt, eerder waardeloos.

 Het allerenige statement dat telt na aanslagen, is een heel kort: onaanvaardbaar.

Buiten de samenleving

In een vraaggesprek met Knack antwoordt schrijfster Rachida Lamrabet het volgende op de vraag of boerka-draagsters zichzelf niet buiten de samenleving zetten:

Schermafbeelding 2017-03-21 om 22.48.25

 Zowel de vraag als het antwoord zijn mis. Ze doen denken aan hoe mensen soms naar het heelal kijken alsof ze er zelf buitenstaan. Nochtans zijn mensen een even karakteristieke expressie van het heelal als elke planeet, nevel of maan, zoals ik ooit al eens schreef. Hetzelfde geldt voor de samenleving: je kan jezelf er niet buitenzetten, want de samenleving, dat zijn wij allemaal.

 Misschien is het dat besef dat sommigen onder ons, mezelf incluis, anti-boerka maakt. Misschien willen wij niet dat de boerka als een normaal deel van onze samenleving wordt gezien. De boerka toestaan is immers de boerka normaliseren en dus ook in één adem alles normaliseren wat de boerka symboliseert. En dát is een no pasarán.

 Overigens verwachten wij in Westen niet dat iedereen moet vinden dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Wél verwachten wij dat iedereen zich in de openbaarheid gedraagt alsof hij of zij dat vindt. De gelijkheid der seksen is nu eenmaal een belangrijke, want duur verworven waarde in de Europese samenleving. Ik zie niet in waarom we daar ooit een toegeving zouden op doen.

Er zijn samenlevingen genoeg elders in de wereld waar de boerka wel als normaal geldt en het integendeel het ontbloot vrouwenhoofd is dat als onwenselijk wordt opgevat. Islamitische vrouwen die gehecht zijn aan hun boerka, kunnen altijd in die samenlevingen terecht, denk ik.

 De juiste formulering van de vraag in Knack luidt dan ook: Is er voor de boerka wel een plaats in onze samenleving?
En het enige juiste antwoord is: No pasarán.

Burgerschap : het traject is de test

De afgelopen dagen kreeg N-VA-parlementslid Sarah Smeyers de wind van voren vanuit de (sociale) media en in de Kamer omdat ze de verwerving van de Belgische nationaliteit koppelde aan enkele voorwaarden, waaronder een test. Kort door de bocht hield Smeyers’ betoog onder meer in dat in België geboren kinderen met minstens één andersnationale ouder niet langer automatisch en definitief de Belgische nationaliteit zouden krijgen, maar bij hun meerderjarigheid een burgerschapstest moeten afleggen.

 Toegegeven, toen ik het las in de media, heb ik de wenkbrauwen gefronst en misschien zelfs gezucht. 75% van mijn gezin is allochtoon en heeft de dubbele nationaliteit, Belg (Vlaming) en Argentijn. De gedachte dat mijn twee kinderen over respectievelijk 12 en 16 jaar een test zouden moeten doen, leek me zonder meer absurd. Ik was daarin niet de enige, zoals ik kon opmaken uit reacties over Erasmus-baby’s en A-, B- en C-burgers in de media en donderdag in de Kamer.

 Gelukkig heb ik geleerd noch politici noch de media zomaar voor waar aan te nemen en ben ik naar de bron gaan kijken, voor iedereen te lees op www.sarahsmeyers.be. Ook al omdat ik moeilijk kon begrijpen waarom de N-VA één van haar grotere spelers zou toelaten om zichzelf zo in de eigen voet te laten schieten, tenzij zelfbeschadiging de partij goed uitkwam. Uiteraard hield ik ook in het achterhoofd dat iedereen binnen de N-VA een bepaalde rol heeft naar buiten toe en dat dat bij Smeyers de iets stoutere lijn is.

 Op Smeyers’ website staat het toch allemaal iets genuanceerder. Ik citeer 2 paragrafen:

Maar we moeten het ook moeilijker maken om de nationaliteit te verwerven. We moeten hiervoor een duidelijk engagement in ruil vragen. Een 55-jarige Albanees die al 20 jaar in  Leuven woont en Belg wil worden, moet ook kunnen bewijzen dat zijn betrokkenheid verder reikt dan louter een paspoort en dus slagen voor een burgerschapstest met taalproef. Kinderen die hier al heel hun leven wonen en school lopen, maar toevallig een Poolse papa hebben, vallen daar uiteraard niet onder. Wie dat in mijn voorstellen wil lezen, bezondigt zich aan het creëren van alternatieve feiten.

Met mijn medewerkers ben ik momenteel al dat studiewerk aan het omzetten in wetteksten. Er moet nog aan gevijld worden, maar de essentie is klaar. Ik vraag niemand om zijn afkomst te verloochenen, enkel om een minimum aan betrokkenheid te tonen. Ik wil geen mensen koeioneren of Erasmus-liefjes verhinderen zich te procreëren, zoals sommigen meenden te moeten veronderstellen.

 Misschien was de oorspronkelijke tekst anders, in digitale tijden is alles mogelijk. Maar wat daar staat, is toch iets minder radicaal dan wat hier en daar geïnsinueerd wordt.

Drie dingen kan ik nog kwijt over Smeyers’ tekst. Ten eerste ben ik het niet eens met de afschaffing van de dubbele nationaliteit, zoals ik hier al schreef. Ten tweede ben ik het helemaal wel eens met een taaltest, alleszins voor migranten van de eerste generatie. Integratie moet altijd het doel zijn en de rol van taal daarin is onmiskenbaar. Van wie onze taal niet kent, mogen we veronderstellen dat die zelf zijn verblijf in ons land als tijdelijk beschouwt.

Ten derde weet ik niet of een burgerschapstest in alle omstandigheden het juiste instrument is. Sarah Smeyers geeft het voorbeeld van een 55-jarige Albanees die na 20 jaar Belg wil worden. Mijn suggestie: kijk naar wat die Albanees in de voorgaande 20 jaar al heeft bijgedragen aan onze maatschappij. Heeft hij gewerkt, heeft hij belastingen betaald, enzovoort. Het zou immers sneu zijn om perfect te integreren om dan na 20 jaar het deksel op de neus te krijgen omdat je voor 1 papieren test niet slaagt.

 Het traject van de aspirant in combinatie met een aantal criteria zoals taal en zijn verblijfsduur kan dan bepalen of hij in aanmerking komt om Belg te worden. Wie niet aan alle criteria voldoet, kan een voorwaardelijke Belgische nationaliteit en/of bijkomende voorwaarden opgelegd krijgen. Het  bovenstaande vergt verdere uitdieping, het is dan ook maar een suggestie, maar de richting is duidelijk.

Ik wil SMART doelstellingen die voor iedereen klaar en haalbaar zijn en die het ownership van de nationalisatie volledig bij de aspirant leggen. Integratie kan je niet opleggen, hoogstens kan je als gastland de voorwaarden bepalen en die voorwaarden dienen altijd in het belang van de samenleving te zijn. Persoonlijk lijkt mij dat de allernormaalste zaak ter wereld.

De sociolinguïstiek zegt: gij zult Nederlands leren

In zijn interessante mijmering De sociolinguïstiek tegen minister Crevits schrijft Philippe Clerick dat hij het fijn zou vinden indien de Nigeriaan vorderingen zou maken in het Nederlands en nog fijner indien zijn kinderen (die van de Nigeriaan) goed Nederlands zouden kennen. Anders dan Philippe lijkt te vermoeden, staat de sociolinguïstiek daarbij aan zijn kant, althans in theorie.Lees verder “De sociolinguïstiek zegt: gij zult Nederlands leren”

Journalistieke neutraliteit – no, gracias

Op de website van Doorbraak verscheen afgelopen weekend een bescheiden voorstel van de hand van Jean-Pierre Rondas onder de titel De Morgen: een bescheiden voorstel aan de onderpastoors van bladzijde 2. Rondas’ modest proposal bestaat in het aanstellen van twee opiniërend redacteurs per krant: een linkse en een rechtse. Op die manier zou het MSM-landschap evenwichtiger en wat neutraler worden.Lees verder “Journalistieke neutraliteit – no, gracias”

Integratie is geen must

Haar oproep tot meer engagement van allochtone ouders bracht Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits in het oog van de storm die het integratiedebat is. Een heleboel tegemoetkomende initiatieven ten spijt blijft een aanzienlijk aantal allochtone ouders onbereikt.Lees verder “Integratie is geen must”