Over een waardenloos Europa

Enkele weken geleden vroeg iemand me of ik voor of tegen de Europese Unie was. Over het antwoord moest ik niet nadenken. 

Voor. 

Bijna 80 jaar vrede, open grenzen, welvaart, democratie en een heleboel gedeelde waarden die ik als vooruitgang ervaar. Lange tijd heb ik gedacht dat het de bedoeling was dat heel de wereld als Europa zou worden. Zo’n wereld zou een betere wereld zijn. 

Maar misschien ben ik naïef geweest. 

Ik begrijp dat de Europese Unie in de eerste plaats een economisch project is. Ze is ook een politiek project, weze het voornamelijk om dat economische project mogelijk te maken. Dat lijkt me aanvaardbaar.  

Om het in se rationele project dat de EU is verkocht te krijgen bij ons, Europeanen, is het ingekleed in een verhaal dat eerder de emoties aanspreekt. Dan kom je al gauw uit bij waarden. Lange tijd kon je dat ook lezen bij elke uitbreiding in oostelijke richting: het waardenmodel van de EU heeft grotere aantrekkingskracht dan andere, concurrerende modellen.  

Maar nu weet ik niet waar de Europese Unie mee bezig is. 

Ja, ik heb het over Catalonië. Maar ook over Hong Kong. En over de Oeigoeren. Over Rusland. Stuk voor stuk situaties waar de Europese (?) waarden geweld wordt aangedaan en waar de Unie niet of nauwelijks opspeelt. 

De meest verontrustende is vanzelfsprekend Catalonië. Omdat dat binnen Europa is wat daar gebeurt. Sommigen gaan het niet graag horen, maar persoonlijk ben ik voor noch tegen Catalaanse onafhankelijkheid. Het is mijn zaak niet.  

De manier waarop Spanje de Catalaanse kwestie aanpakt, strookt in mijn ogen niet met de Europese waarden. Mensen die worden vervolgd en opgesloten voor hun politieke overtuiging, vroeger hielden we daar op school schrijf-ze-vrij-dagen voor. Maar soit, ook Spanje is mijn zaak niet. 

De Unie staat niet aan de kant van het volk.

De EU daarentegen beschouw ik wel als mijn zaak. Hoe de Unie reageert op gebeurtenissen binnen en buiten haar grenzen, raakt mij als Europeaan. En om dan te zien hoe Europa de politieke vervolging van democratisch verkozen Europarlementsleden faciliteert door hun parlementaire onschendbaarheid op te heffen, is toch enigszins ontluisterend. 

Dat een parlement zo gemakkelijk een van zijn eigen leden loslaat, is al even verbijsterend. De signalen die hier gegeven worden, voelen helemaal niet goed. In plaats van dat de wereld opschuift richting Europa, lijkt Europa langzaam op te schuiven in de richting van landen als cynische landen als China, Rusland en andere landen die nooit de zijde van hun burgers, laat staan de zwaksten, kiezen. 

Want dat is hét signaal dat de Europese Unie geeft sinds het Catalaanse referendum op 1 oktober 2017: het is haar niet om ons, Europeanen, te doen. De Unie staat niet aan de kant van het volk. Als de Catalanen met hun vreedzame proces iets hebben blootgelegd, is het wel die pijnlijke waarheid.  

Vrijheid van meningsuiting, democratie, gelijkheid van man en vrouw, godsdienstvrijheid, het recht op zelfbeschikking, de vrijheid van politieke vereniging, het geloof in dialoog boven brute machtspolitiek,… Kortom: de rechten van de mens en de waarden van de Verlichting. Ooit droomde ik dat Europa een baken van die waarden zou zijn in een nog altijd veel te onvrije wereld. Sinds deze week schijnt het een pak minder fel. 

En het is niet alleen Catalonië, natuurlijk. Wanneer was de laatste keer dat de Europese Unie nog eens positief in het nieuws kwam? Ik kan het me niet herinneren. Zelfs wanneer je het gegeven in rekening brengt dat Europa gemakkelijk de schuld krijgt van wat lidstaten zelf verprutsen, valt het niet mee om iets goeds te vertellen over Europa.

Zo dreigt Europa dezelfde kant op te gaan als België: een bestuursniveau zonder meerwaarde dat alleen maar een obstakel vormt voor de wereld die ik droom voor mezelf en mijn medemensen. En wanneer iemand me vraagt of ik voor of tegen België ben,…

Na het referendum: verkiezingen in Catalonië en Spanje

Het Catalaanse referendum van 1 oktober 2017 ligt achter ons en maakt inmiddels deel uit van de geschiedenisboekjes. Na een turbulente en spannende zondag luidt de vraag: wat nu? Eén gevolg lijkt wel zeker: verkiezingen, in Catalonië en misschien ook in Spanje.Lees verder “Na het referendum: verkiezingen in Catalonië en Spanje”

Catalonië: een interne kwestie

Of de Catalanen zondag naar de stembus gaan, is nog niet helemaal zeker. De meesten willen wel, maar geen enkele mag. Of Catalonië volgende week de onafhankelijkheid uitroept, lijkt me wel redelijk zeker. Al zal dat op zich ook wel niet mogen. In elk geval is het een mooi moment om er op Jorre iets over te zeggen, dat mag gelukkig nog wel. Lees verder “Catalonië: een interne kwestie”

Over helden

Op de vrije tribune van Charlotte Vandycke in Knack valt wel het een en ander aan te merken. Zo spreekt ze uitsluitend over vluchtelingen terwijl er tussen die mensen zeker een deel “gewone” migranten zit. Ook hou ik er niet van dat ons verweten wordt negatief te staan tegenover mensen in nood, terwijl Europa en Vlaanderen uiteraard wél veel doen, zoals blijkt alleen al uit inzamelacties zoals 1212. Overigens zou ik wel eens willen lezen wat met al dat ingezameld geld precies gebeurt.

 Maar omdat ik niet altijd vanuit een defensieve ingesteldheid wil debatteren, concentreer ik me in deze bijdrage op de raakvlakken tussen Vandycke’s discours en mijn eigen opvattingen. Eerlijk is eerlijk: ik voelde me aangesproken door Moeten we ons schamen dat we mensen redden, dat we gastvrij en solidair zijn. Meer nog: met de essentie van Vandycke’s betoog ben ik het eens. Dat is niet moeilijk. Ooit is het misschien aan ons en alleen de goden weten wat we dan allemaal zullen doen voor onze kinderen.

 Ik heb begrip voor mensen die hun meest vertrouwde omgeving achterlaten en zich wagen in het onbekende in de hoop op iets beters. Evident is het allerminst. Moedig is het zeker. De beslissing om alles op te geven en te vertrekken, kan je gemakkelijk framen als een token van bewonderenswaardige daadkracht. Dit zijn in se geen mensen die bij de pakken blijven zitten. Daarbij maakt het mij niet uit of het om vluchtelingen dan wel migranten gaat, al behoeven beide categorieën mijns inziens niet dezelfde aanpak.

 Daarnaast heb ik er alle begrip voor dat vluchtelingen/migranten/ngo’s de EU verkiezen als bestemming, en niet dichterbij gelegen maar ongezellige plekken als Saoedi-Arabië of Libië. Ik ervaar de keuze voor de EU als een compliment en zelfs als een evidentie, want nergens is het beter leven dan bij ons. Als je dan toch alles moet opgeven voor een beter leven, dan kan je maar beter ineens naar de beste plek trekken. Al mag het EU-immigratiebeleid wel wat kordater en gestroomlijnder, vind ik. Overigens ben ik het wel met Armand Vervaeck eens dat de reddingsacties door ngo’s als Artsen Zonder Grenzen een politieke dimensie hebben en dat daar meer transparantie over mag komen.

Waar ik eveneens begrip voor heb, is de economisering van de vluchtelingen- en migratiestromen. Dat is een mooi woord voor mensensmokkel, wat op zijn beurt een lelijk woord is voor migratie-economie. Hoewel ik er niet aan twijfel dat er iets maffieus’ aan zit, lijkt de stroomlijning ervan me begrijpelijk en misschien zelfs wenselijk. In feite is dit gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Wel ware het beter indien het de EU zelf was die de migratiestromen beheerde in plaats van dat over te laten aan allerlei dubieus volk.

 Het element uit Vandycke’s vrije tribune ik het meeste mee eens ben, is dat het belangeloos helpen van medemensen in nood een heldendaad is. Altruïsme en empathie zijn kernaspecten van ons mens-zijn. Daar is niks softs aan. Een uitgestoken hand zou nooit mogen bestraft worden, maar zou integendeel moeten worden geprezen als gebaar van bescheidenheid en als bron van inspiratie. Medelijden en mededogen zijn kwaliteiten, geen gebreken, en kunnen we alleen maar aanmoedigen. De bruggen die we daarmee slaan, kunnen nog van pas komen.

 Immers, ooit is het misschien aan ons.

Cornwall – 680 jaar onafhankelijk

Vandaag viert één van de oudste Europese landen zijn 680ste onafhankelijkheidsdag. Op 17 maart 1337 ondertekende de Engelse koning Edward III het Charter dat het Graafschap Cornwall (Cornubia, Kernow) stichtte. De grens tussen Engeland en Cornwall was de Engelse oever van de rivier Tamar. De rivier zelf bleef Cornish. Cornwall, met in zijn vlag het zwart en wit van de overvloedig aanwezige steenkolen en tin, was autonoom in die zin dat het geen belasting betaalde aan de Engelse Kroon. Dat is anno 2017 nog steeds zo.

cornwall-map
Cornwall: Londen zegt het niet graag, maar wettelijk geen Engeland.

Toch dient Cornwall onrechtstreeks de Engelse monarchie. De soeverein van Cornwall is de Graaf van Cornwall. Volgens het Charter van 1337 moet het graafschap de oudste levende zoon van de zittende koning onderhouden. De oudste levende zoon van de monarch is dus automatisch de Graaf van Cornwall. Nu is Prince Charles de Duke of Cornwall. Hoe die oude regeling tot curieuze toestanden kan leiden, lees je hier. Prince Charles heeft als soeverein recht op de opbrengst van Cornwall (goed voor ruim 16 miljoen pond per jaar), dat hij als privé-bezit beheert.

 Tussen Cornwall en Engeland heerst al eeuwen een bittere strijd om de erkenning van die eerste als minderheid in het Verenigd Koninkrijk. De Keltische etniciteit van Cornwall werd jarenlang miskend door het centrale gezag in Londen, zodanig dat de inwoners van Cornwall hun gebied de eerste en laatste kolonie van Engeland noemden. Pas in 2002 werden de Cornish erkend als minderheid, lang nadat de Engelsen zelf overal in het VK als minderheid werden erkend. Daartoe moesten fanatieke Cornishmen naar de ook bij ons goed gekende Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg gaan.

e82770_96647991041a429a8d920119209b0bb7
Wie de Tamar rivier overrijdt, krijgt zo’n bord te zien, aan Engelse kant, want de rivier zelf is Cornish.

De erkenning als etnische minderheid geeft de Cornish recht op onderwijs in de eigen taal, het Kernewek. Geen eenvoudige klus, als je weet dat het Kernewek officieel een dode taal is, niet sinds kort, maar al in de 19e eeuw. Fanatici proberen de taal nieuw leven in te blazen, maar zoals Paul Dunbar uit Liskeard me eens vertelde, lukt dat maar moeizaam omdat ze het niet eens raken over een standaardvariant. Het Kernewek is een Keltische taal, al pleiten sommigen ervoor de hybride mix van oud-Cornish en nieuw-Engels als Cornish aan te duiden.

Arthur231
De ruïnes van Tintagel, het geboortekasteel van koning Arthur die, als hij ooit bestaan heeft, tegen de Angelen en Saksen vocht.

Anno 2017 woedt de discussie over de identiteit van de inwoners van Kernow nog volop. Het Graafschap zelf, daarbij geholpen door de Heritage uit Londen, profileert zich als Keltisch. De toponomie ondersteunt die claim. Een aantal historici, echter, nuanceert dat Keltische en wijst op het veelvuldige contact dat de inwoners van Zuid-West Brittannië altijd hadden met gelijk welke bezetter, aldus suggererend dat de Cornish voor één etnisch gat te vangen zijn. Die wederzijdse beïnvloeding neemt evenwel niet weg dat de Cornish algemeen als oorspronkelijke eilandbewoners beschouwd worden en zeker géén Engelsen zijn.

Aanbevolen literatuur

Angarrack, John (2002). Our future is history. Identity, law and the Cornish question. Padstow: Independent Academic Press.

Cornwall : Duke or no Duke?

Het Graafschap Cornwall heeft als voornaamste opdracht het onderhoud van de “eldest living son of the monarch being heir to the throne”. Zo staat het in het Charter waarmee de Engelse koning Edward III op 17 maart 1337 de onafhankelijkheid van Cornwall erkende. Vandaag is die “eldest living son of the monarch being heir to the throne” de Engelse Prince Charles. De geschiedenis van de Duchy leert ons echter dat Prince Charles de uitzondering is.

John Kirkhope (2010*) onderzocht de implicaties van de formulering van Cornwalls voornaamste functie. Hieronder vertaal ik zijn bevindingen.

 

De intentie van het Charter was zeker om de eerstgeboren zoon van de monarch tot Graaf te laten slaan. Echter, het Charter ten spijt, maakte Edward III zijn kleinzoon Richard tot Graaf van Cornwall nadat hij troonopvolger was geworden door de dood van zijn vader Edward, ook al was Richard de kleinzoon (en dus niet de zoon) van de monarch en werd hem daarom het recht op de opbrengst van het graafschap ontzegd. Henry, de latere Henry VIII, werd Duke of Cornwall na de dood van zijn broer Arthur, ook al genoot hij evenmin de legale voordelen. Charles, de latere Charles I, werd eveneens Graaf van Cornwall na het overlijden van zijn oudere broer James I. Het is nu duidelijk dat de titel Duke of Cornwall overgaat naar de oudste levende zoon van de monarch, dus de troonopvolger, eerder dan naar de eerstgeboren zoon. Wanneer er geen mannelijke troonopvolger is, valt de titel terug op de (Engelse, JS) Kroon, evenwel zonder dat hij er ooit onderdeel van wordt. Om A L Rowse te citeren: ‘Misschien is er niet altijd een Graaf, maar er is wel altijd het Graafschap.’ Wanneer er geen Graaf is, wordt het Graafschap bestuurd door de Kroon en neemt de monarch de rol van Graaf op zich. Ook als de Graaf nog minderjarig is, treedt de monarch als zijn voogd op.

Een voorbeeld om deze vreemde overerfelijkheid te illustreren. Edward, de latere Edward VIII, was Duke of Cornwall tot hij koning werd in 1936. Toen hij aftrad, werd George VI koning. George’s dochter Elizabeth (II, de huidige koningin), is vrouwelijk en werd dus geen Graaf van Cornwall toen haar vader koning werd. Bijgevolg was er geen Graaf van Cornwall tussen 1936 tot de dood van George VI in 1952. Toen Elizabeth koningin werd, kreeg haar zoon Charles onmiddellijk de titel van Graaf van Cornwall. […] Aangezien Charles minderjarig was toen Elizabeth II de troon besteeg, kon hij niet de volle rechten van het graafschap genieten tot hij 21 werd in 1969. Kortom: tussen 1936 en 1969 was er in feite geen Graaf van Cornwall of de Graaf was minderjarig en gedurende die 33 jaar werd het Graafschap rechtstreeks beheerd door de Kroon of in naam van de Graaf. Indien Charles was gestorven voor zijn zoons geboren waren, dan was prins Andrew Graaf van Cornwall geworden. Indien Charles zou sterven voor hij zijn moeder kan opvolgen, dan wordt prins William géén Graaf van Cornwall, want niet de zoon van de monarch.

 Gedurende de 650 jaar sinds de oprichting van het Graafschap was er geen Graaf voor ongeveer de helft van de tijd en in de andere helft betrof het vaak een minderjarige. Tussen 1374 en 1714 was er enkel een volwassen Graaf gedurende in totaal 8 jaar.

 

Bron: Kirkhope, John (2010). “A mysterious, arcane and unique corner of our constitution”. The laws relating to the Duchy of Cornwall. In: Plymouth Law Review 1, 128-141.

Dubbele Nationaliteit: ja, maar..

De escalatie van de diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije leidt tot heel wat tumult in de reguliere en sociale media. Een regelmatig weerkerende reactie is die om de dubbele nationaliteit af te schaffen. De achterliggende redenering is dat de dubbele nationaliteit allochtonen toelaat om hun etnische identiteit volledig op het land van herkomst te enten terwijl ze intussen toch genieten van de voordelen van hun ‘nieuwe’ thuisland.

 Ik heb zelf het geluk thuis met drie allochtonen te zitten, die bovendien alledrie de dubbele nationaliteit hebben: Belg en Allochtoon. Gevraagd naar de nationaliteit van hun voorkeur (en dus hun etnische loyauteit) zal 66% van die 3 ‘vreemdelingen’ ons niet-begrijpend aanstaren. De overige 33% zal zonder twijfel of schaamte haar geboorteland noemen, en dat is niet België. Eerlijk gezegd ervaar ik dat niet als bedreigend.

 Toegegeven: de kans dat de Argentijnse president Mauricio Macri in Hofstade campagne komt voeren, is eerder klein. De kans dat de Argentijnen of bij uitbreiding de Latijns-Amerikanen of bij nog meer uitbreiding de Spaanstaligen hun wil willen laten gelden in Vlaanderen, is niet veel groter. Maar mijn vrouw is wél actief geïnteresseerd in de Argentijnse politiek en heeft er, zoals alle Argentijnen, een uitgesproken mening over.

 Nogmaals: ik heb daar geen probleem mee. Meer nog: ik vind het net goed dat mijn kinderen officieel zowel Vlaming als Argentijn zijn. Dat is immers de enige juiste weergave van wie ze zijn en een erkenning van mijn Argentijnse schoonfamilie met haar eigen, particuliere invloed bovendien. Uiteraard is die dubbele nationaliteit erg handig bij het heen en weer reizen tussen ons en hun continent.

 Niettemin kunnen we ons de vraag stellen hoe lang die dubbelen nationaliteit moet worden doorgegeven. Mijn vrouw, waarlijk een uniek exemplaar, is in haar eigen Argentinië derdegeneratiemigrant van Italiaanse afkomst. Voor ze Belg werd, was ze behalve Argentijn ook Italiaan. Echter, de derde generatie is in Argentinië de laatste die de nationaliteit van het land van oorsprong overerft. Tenzij ze met een Italiaan was getrouwd, zouden mijn vrouw haar kinderen nooit meer de Italiaanse nationaliteit gekregen hebben.

 Bovendien is mijn vrouw als derdegeneratie Italo-Argentijn op geen enkele manier politiek noch expliciet cultureel georiënteerd op Italië. Ze spreekt geen Italiaans. Ze weet niks over Italië en het kan haar niet schelen ook. Haar vaderland is Argentinië. Misschien kunnen we hetzelfde verwachten van derdegeneratiemigranten bij ons. Kortom: de dubbele nationaliteit, geen probleem, maar maximaal 3 generaties.