Cornwall : Duke or no Duke?

Het Graafschap Cornwall heeft als voornaamste opdracht het onderhoud van de “eldest living son of the monarch being heir to the throne”. Zo staat het in het Charter waarmee de Engelse koning Edward III op 17 maart 1337 de onafhankelijkheid van Cornwall erkende. Vandaag is die “eldest living son of the monarch being heir to the throne” de Engelse Prince Charles. De geschiedenis van de Duchy leert ons echter dat Prince Charles de uitzondering is.

John Kirkhope (2010*) onderzocht de implicaties van de formulering van Cornwalls voornaamste functie. Hieronder vertaal ik zijn bevindingen.

 

De intentie van het Charter was zeker om de eerstgeboren zoon van de monarch tot Graaf te laten slaan. Echter, het Charter ten spijt, maakte Edward III zijn kleinzoon Richard tot Graaf van Cornwall nadat hij troonopvolger was geworden door de dood van zijn vader Edward, ook al was Richard de kleinzoon (en dus niet de zoon) van de monarch en werd hem daarom het recht op de opbrengst van het graafschap ontzegd. Henry, de latere Henry VIII, werd Duke of Cornwall na de dood van zijn broer Arthur, ook al genoot hij evenmin de legale voordelen. Charles, de latere Charles I, werd eveneens Graaf van Cornwall na het overlijden van zijn oudere broer James I. Het is nu duidelijk dat de titel Duke of Cornwall overgaat naar de oudste levende zoon van de monarch, dus de troonopvolger, eerder dan naar de eerstgeboren zoon. Wanneer er geen mannelijke troonopvolger is, valt de titel terug op de (Engelse, JS) Kroon, evenwel zonder dat hij er ooit onderdeel van wordt. Om A L Rowse te citeren: ‘Misschien is er niet altijd een Graaf, maar er is wel altijd het Graafschap.’ Wanneer er geen Graaf is, wordt het Graafschap bestuurd door de Kroon en neemt de monarch de rol van Graaf op zich. Ook als de Graaf nog minderjarig is, treedt de monarch als zijn voogd op.

Een voorbeeld om deze vreemde overerfelijkheid te illustreren. Edward, de latere Edward VIII, was Duke of Cornwall tot hij koning werd in 1936. Toen hij aftrad, werd George VI koning. George’s dochter Elizabeth (II, de huidige koningin), is vrouwelijk en werd dus geen Graaf van Cornwall toen haar vader koning werd. Bijgevolg was er geen Graaf van Cornwall tussen 1936 tot de dood van George VI in 1952. Toen Elizabeth koningin werd, kreeg haar zoon Charles onmiddellijk de titel van Graaf van Cornwall. […] Aangezien Charles minderjarig was toen Elizabeth II de troon besteeg, kon hij niet de volle rechten van het graafschap genieten tot hij 21 werd in 1969. Kortom: tussen 1936 en 1969 was er in feite geen Graaf van Cornwall of de Graaf was minderjarig en gedurende die 33 jaar werd het Graafschap rechtstreeks beheerd door de Kroon of in naam van de Graaf. Indien Charles was gestorven voor zijn zoons geboren waren, dan was prins Andrew Graaf van Cornwall geworden. Indien Charles zou sterven voor hij zijn moeder kan opvolgen, dan wordt prins William géén Graaf van Cornwall, want niet de zoon van de monarch.

 Gedurende de 650 jaar sinds de oprichting van het Graafschap was er geen Graaf voor ongeveer de helft van de tijd en in de andere helft betrof het vaak een minderjarige. Tussen 1374 en 1714 was er enkel een volwassen Graaf gedurende in totaal 8 jaar.

 

Bron: Kirkhope, John (2010). “A mysterious, arcane and unique corner of our constitution”. The laws relating to the Duchy of Cornwall. In: Plymouth Law Review 1, 128-141.

De sociolinguïstiek zegt: gij zult Nederlands leren

In zijn interessante mijmering De sociolinguïstiek tegen minister Crevits schrijft Philippe Clerick dat hij het fijn zou vinden indien de Nigeriaan vorderingen zou maken in het Nederlands en nog fijner indien zijn kinderen (die van de Nigeriaan) goed Nederlands zouden kennen. Anders dan Philippe lijkt te vermoeden, staat de sociolinguïstiek daarbij aan zijn kant, althans in theorie.Lees verder “De sociolinguïstiek zegt: gij zult Nederlands leren”

Journalistieke neutraliteit – no, gracias

Op de website van Doorbraak verscheen afgelopen weekend een bescheiden voorstel van de hand van Jean-Pierre Rondas onder de titel De Morgen: een bescheiden voorstel aan de onderpastoors van bladzijde 2. Rondas’ modest proposal bestaat in het aanstellen van twee opiniërend redacteurs per krant: een linkse en een rechtse. Op die manier zou het MSM-landschap evenwichtiger en wat neutraler worden.Lees verder “Journalistieke neutraliteit – no, gracias”

Dubbele Nationaliteit: ja, maar..

De escalatie van de diplomatieke rel tussen Nederland en Turkije leidt tot heel wat tumult in de reguliere en sociale media. Een regelmatig weerkerende reactie is die om de dubbele nationaliteit af te schaffen. De achterliggende redenering is dat de dubbele nationaliteit allochtonen toelaat om hun etnische identiteit volledig op het land van herkomst te enten terwijl ze intussen toch genieten van de voordelen van hun ‘nieuwe’ thuisland.

 Ik heb zelf het geluk thuis met drie allochtonen te zitten, die bovendien alledrie de dubbele nationaliteit hebben: Belg en Allochtoon. Gevraagd naar de nationaliteit van hun voorkeur (en dus hun etnische loyauteit) zal 66% van die 3 ‘vreemdelingen’ ons niet-begrijpend aanstaren. De overige 33% zal zonder twijfel of schaamte haar geboorteland noemen, en dat is niet België. Eerlijk gezegd ervaar ik dat niet als bedreigend.

 Toegegeven: de kans dat de Argentijnse president Mauricio Macri in Hofstade campagne komt voeren, is eerder klein. De kans dat de Argentijnen of bij uitbreiding de Latijns-Amerikanen of bij nog meer uitbreiding de Spaanstaligen hun wil willen laten gelden in Vlaanderen, is niet veel groter. Maar mijn vrouw is wél actief geïnteresseerd in de Argentijnse politiek en heeft er, zoals alle Argentijnen, een uitgesproken mening over.

 Nogmaals: ik heb daar geen probleem mee. Meer nog: ik vind het net goed dat mijn kinderen officieel zowel Vlaming als Argentijn zijn. Dat is immers de enige juiste weergave van wie ze zijn en een erkenning van mijn Argentijnse schoonfamilie met haar eigen, particuliere invloed bovendien. Uiteraard is die dubbele nationaliteit erg handig bij het heen en weer reizen tussen ons en hun continent.

 Niettemin kunnen we ons de vraag stellen hoe lang die dubbelen nationaliteit moet worden doorgegeven. Mijn vrouw, waarlijk een uniek exemplaar, is in haar eigen Argentinië derdegeneratiemigrant van Italiaanse afkomst. Voor ze Belg werd, was ze behalve Argentijn ook Italiaan. Echter, de derde generatie is in Argentinië de laatste die de nationaliteit van het land van oorsprong overerft. Tenzij ze met een Italiaan was getrouwd, zouden mijn vrouw haar kinderen nooit meer de Italiaanse nationaliteit gekregen hebben.

 Bovendien is mijn vrouw als derdegeneratie Italo-Argentijn op geen enkele manier politiek noch expliciet cultureel georiënteerd op Italië. Ze spreekt geen Italiaans. Ze weet niks over Italië en het kan haar niet schelen ook. Haar vaderland is Argentinië. Misschien kunnen we hetzelfde verwachten van derdegeneratiemigranten bij ons. Kortom: de dubbele nationaliteit, geen probleem, maar maximaal 3 generaties.

Integratie is geen must

Haar oproep tot meer engagement van allochtone ouders bracht Vlaams Minister van Onderwijs Hilde Crevits in het oog van de storm die het integratiedebat is. Een heleboel tegemoetkomende initiatieven ten spijt blijft een aanzienlijk aantal allochtone ouders onbereikt.Lees verder “Integratie is geen must”