Woord vooraf

Alles wat ik hier schrijf of zeg, is in eigen naam.

Waarom ik pas voor de coronapas

‘Hé Joris, jij komt niet naar de gala-avond?’

Ik geloof dat ik me al meer dan een week had uitgeschreven toen een van mijn favoriete collega’s me via Teams die vraag stelde. Ik antwoordde dat dat klopte en ook waarom. Het Covid Safe Ticket, dat ik vanaf hier bij zijn ware naam zal noemen: de coronapas.

‘Ik begrijp dat niet.’ Dat zei diezelfde favoriete collega na een van de talrijke pogingen om me te overhalen om toch naar dat gala te gaan. Allemaal mislukt, die pogingen, die ik niettemin als een compliment opvat. 

Voor mijn toffe collega staat de coronapas gelijk aan de vrijheid om te feesten en andere leuke dingen te doen. Ik vermoed dat veel mensen er zo naar kijken. Begrijpelijk zelfs, want zo voelt de coronapas niet alleen aan, zo wordt hij ook ‘verkocht’. En dat hij zo wordt verkocht, is bovendien even begrijpelijk, voor zover de achterliggende beweegreden een medische is.

En hier komen we naar mijn aanvoelen in troebel water.

Wat heeft de coronapas (nog) te maken met het coronavirus an sich?

Ik ben geen dokter, geen viroloog, geen (bio)statisticus of welk type wetenschapper dan ook. Over het medische luik van corona kan ik niks zeggen dat ik zelf begrijp. Het beste wat ik daar kan doen, is nabauwen wat anderen zeggen. Daar pas ik voor. 

Maar een redenering opbouwen kan ik wel. Vragen stellen ook. Laat ik dus maar vragen stellen. Dat komt bovendien minder drammerig over.

Wat is de coronapas (ook gekend als Corona Safe Ticket en COVID-certificaat)?

Oorspronkelijk is de coronapas een tijdelijke Europese maatregel die reizen binnen de EU mogelijk maakt. In Vlaanderen is de coronapas verplicht voor bepaalde massa-evenementen. De meeste mensen hebben hun coronapas in hun smartphone via de CovidSafeBE-app.

Inmiddels is het toepassingsgebied van de coronapas uitgebreid, zowel in binnen- als buitenland. In Vlaanderen valt het voorlopig mee, met naast massa-evenementen enkel discotheken en nachtclubs vanaf 1 oktober. In pakweg Frankrijk of Nederland is het andere koek.

Waarom pleiten beleidsmakers voor een coronapas?

Dat is een goeie vraag. De uitleg die je het meeste vindt (ik alleszins), is dat de coronapas toelaat om grote bijeenkomsten te organiseren zonder mondmasker en afstandsplicht. Tot bepaalde bezoekersaantallen kan je evenementen organiseren zonder coronapas, maar dan moet iedereen dus een mondmasker op en afstand houden. 

Mondmasker en afstand houden zijn twee maatregelen met het oog op de verspreiding van het virus. Over hun doeltreffendheid spreek ik me niet uit omdat ik daar niks van afweet of begrijp. Ik begrijp enkel dat we niet willen dat mensen elkaar besmetten. We willen mensen tegen elkaar beschermen, quoi. Dat klinkt aannemelijk. Tistezeggen…

Wie moet tegen wie beschermd worden?

In Vlaanderen is wanneer ik dit schrijf 78,21 procent dubbel gevaccineerd. Die mensen zijn dus in principe sowieso beschermd, ongeacht met wie ze in contact komen en op welke manier. Al zijn er voorvallen, zoals de zeven gevaccineerde coronadoden in een woonzorgcentrum in Zaventem, die dat lijken tegen te spreken. Algemeen mogen we er echter van uitgaan dat wie gevaccineerd is, beschermd is. Waarom zou je je anders laten vaccineren? 

Wie beschermd is, hoeft dus geen mondmasker en geen afstand. 

Bijna 80% volledig gevaccineerden. Tegen wie moeten zij beschermd worden?

Wat met niet-gevaccineerden?

Doordat de keuze voor vaccinatie vrij is, hebben we in Vlaanderen een kleine 22 procent niet-volledig-gevaccineerden. Moeten niet-gevaccineerden beschermd worden? Mja, dat is dus een moeilijke. De niet-gevaccineerden die ik ken, en dat zijn er maar weinig, geloven meer in hun eigen immuunsysteem dan in het vaccin. Terecht of niet terecht kan ik niet zeggen.

Anekdotisch kan ik zeggen dat net vandaag een aannemer die bij ons thuis verbouwingswerken doet, me vertelde dat hij niet gevaccineerd is en toch corona kreeg. Twaalf dagen platte batterij en daarna weer oké. Hij vertelde ook van een kennis van hem die wel gevaccineerd is en toch corona kreeg. De deltavariant. Die kennis was pas terug beginnen werken, halftijds en het ging hem niet af. Ongerijmdheden, waarover ik verder niks zinnigs kan zeggen.

Of toch. 

De reden waarom beleids- en opiniemakers voor de coronpas pleiten, is om niet-gevaccineerden te overtuigen om zich toch te laten prikken, bij voorkeur minstens twee keer. De beleidsmakers geven dat zelf toe.

Vraag is: waarom? 

Waarom is het nodig dat 100 procent van de bevolking ouder dan 12 (voorlopig) zich laat vaccineren? 

Dat wordt nergens gezegd. Eerst was het 70 procent, dat herinnert iedereen zich vast wel. Daarna was het 80 procent, denk ik. Nu zitten we daar bijna, maar blijkbaar volstaat het niet.

En ik heb nog een vraag. Werkt het vaccin wel?

Er zijn intussen wel wat gevallen bekend van geprikte mensen die toch besmet raakten, van geprikte mensen die daarbij ook ziek werden en van geprikte mensen die aan/met corona overleden zijn. Van dat laatste kregen niet-gevaccineerde mensen de schuld, terwijl ikzelf precies toch eerder richting vaccin zou kijken, want zeg nu zelf: wat voor nut heeft een vaccin dat niet beschermt? En als het niet beschermt, hebben de vaccinweigeraars dan geen punt?

Maar goed, hier gaat het over de coronapas en waarom die nu de nieuwe voorwaarde is op de lange weg naar het rijk der vrijheid. De coronapas dient dus om niet-gevaccineerden te pesten, ik bedoel, te nudgen richting vaccinatie. In de argumenten die daarbij gehanteerd worden, komt het coronavirus zelf niet meer voor. Op de scholen worden onzekere tieners gelokt met beloftes over zorgeloos reizen en feesten. Allemaal mooi, maar bezwaarlijk een medisch motief om je iets te laten inspuiten.

Bij meerderjarige niet-gevaccineerden volgt de argumentatie pro coronapas twee sporen. Enerzijds wordt met dezelfde feest- en reiswortel gezwaaid, anderzijds verkleint beetje bij beetje het aantal zaken dat ze zonder coronapas kunnen doen (zoals gezegd valt dat in Vlaanderen voorlopig nog goed mee). Intussen worden die mensen openlijk geculpabiliseerd door zogenaamd liberale eerste minister Alexander De Croo, terwijl ze eigenlijk gewoon gebruik maken van de vrijheid die diezelfde De Croo hen eerder had gegarandeerd. 

De niet-gevaccineerden wordt verweten de samenleving te gijzelen. Dat is een gekke redenering, zeker bij de hoge vaccinatiegraad die we hebben. Tenzij de vaccins niet werken. Indien de vaccins wel werken, dan blijft de redenering even gek en heeft de coronapas niks met het virus te maken. En als de coronapas met het virus niks te maken heeft, wat is de coronapas dan anders dan een politieke beslissing?

En hier wordt het creepy. Want:

Waarom pleiten beleidsmakers voor de coronapas? Of anders gezegd: wat heeft de coronapas nog met het virus te maken?

Dat is dezelfde vraag als in het begin.

Je kan denken dat ik de zot ben. Je hebt gelijk. Maar ik ben zeker niet de enige. Over Tegenwind zette ik al iets op Facebook. Daarnaast vond ik bedenkingen hier, hier en hier (deze laatste staat eigenlijk in het Parool, maar achter een betaalmuur. Van de FB-groep in kwestie ben ik geen lid).

In China hebben ze een sociaalkredietsysteem. Zoek maar op als je het niet kent. De coronapas doet me daar aan denken. Mensen worden opgedeeld in goeden en slechten op basis van of ze zich hebben laten prikken met een vaccin waarvan het niet uitmaakt of het werkt. Want werkt het, dan zijn gevaccineerden safe. Werkt het niet, dan hadden de niet-gevaccineerden gelijk.

Het spreekt voor zich dat ik aan zoiets niet meedoe. Niet aan prikacties zonder medische grond en niet aan het al dan niet doelbewust tegen elkaar opzetten van mensen middels een pasje, eveneens zonder medische grond.

En dus pas ik voor de coronapas en zeg ik: in geen duizend jaar ga ik naar plaatsen of evenementen waar je een coronapas moet tonen om binnen te mogen*. Nu, in principe moet ik geen duizend jaar wachten, want de coronapas is tijdelijk. Toch?

Nu ben ik zelf benieuwd hoe lang ik dat ga volhouden, eerlijk gezegd.

*De enige uitzondering die ik zonder aarzelen zal maken zijn reizen naar mijn schoonfamilie aan de andere kant van de wereld. Voor familie doe je nu eenmaal wat moet.

Afbeelding: Image by Wilfried Pohnke from Pixabay

De man die alles doet om iedereen beter te laten worden

Wie mij kent, weet dat ik af en toe een boek lees. In deze bijdrage wil ik het kort hebben over een bijzonder boek van een bijzondere mens. En ik kan nu al zeggen: een aanrader, zowel het boek als de mens.

Maar laat ik beginnen met een kleine bekentenis.

Ik ken Mathieu Verwilghen, nog niet heel lang en dus niet heel goed, maar wel lang en goed genoeg om me verplicht te voelen zijn boek te kopen indien hij er een zou schrijven. En of het met zijn of mijn karma te maken heeft, weet ik niet, maar feit is dat Mathieu half juni effectief een boek klaar had. 

Op de eerste fysieke bijeenkomst van N-VA Zemst sinds corona uitbraak had hij een hele doos mee. Iedereen kocht een exemplaar. De meesten lieten Mathieu bovendien een kleine opdracht schrijven vooraan in het boek. Dat heb ik niet gedaan, daarvoor kenden we elkaar niet goed genoeg, vond ik. Maar ik heb wel een exemplaar gekocht. Uit beleefdheid.

Het boek heeft daarna een maand in de koffer van mijn auto gelegen. Begin deze week heb ik het er uitgehaald. En ben ik beginnen lezen.

De spookschrijver die er geen is

De titel van het boek is ‘Ondernemen’. De ondertitel ‘De kracht van de passie, de vloek van de angst’. Auteur: Mathieu Verwilghen. Nog op de cover staat een foto van Mathieu zoals hij er vandaag uitziet. Geen idee of dat ooit anders is geweest.

Een van de eerste dingen die je als lezer voorgeschoteld krijgt, is een voorwoord van de schrijver. Dat is niet Mathieu Verwilghen. Wel Erik Raeven, een erg goede schrijver, zou ik snel merken. Erik Raeven is precies dat: de schrijver. Geen ghostwriter, want spookschrijvers komen niet met hun naam in boeken. Erik Raeven wel. Verderop wordt duidelijk waarom.

Een eerlijk en kwetsbaar succesverhaal

Ondernemen vertelt het verhaal van Mathieu Verwilghen, de man die immo-reus Century 21 groot heeft gemaakt in de Benelux. Een succesverhaal, quoi. Zoals er zoveel zijn, quoi. Maar in tegenstelling tot heel wat succesverhalen serveert Mathieu ons een erg eerlijk en kwetsbaar succesverhaal, met een bijzonder einde bovendien. De talrijke anekdotes tonen een man die het heeft gemaakt, ondanks de hindernissen op zijn weg en, deels, ondanks zichzelf. 

Dat laatste klopt niet helemaal. Want als Mathieu van Century 21 een topmerk heeft gemaakt in de Benelux, is dat in de eerste plaats dankzij wie hij is. Het kantelpunt in het verhaal is een onbedaarlijke huilbui. Vóór de huilbui sloeg alles tegen. Nadien had hij evenmin altijd de wind in de zeilen, maar ging het toch bergop. 

Geef nooit op, en andere levenslessen

Trouwens, Ondernemen vertelt niet gewoon het levensverhaal van Mathieu Verwilghen. Het is ook een boek met levenslessen. De belangrijkste: mindset is alles. Angst en zelfmedelijden zijn begrijpelijk, Mathieu kent en kende die gevoelens even goed als elk van ons. Maar hoe je met angst en zelfmedelijden omgaat, bepaal je zelf. Je kan je laten verlammen of je kan je vermannen. Mathieu koos voor dat laatste. Niet altijd, maar wel op de doorslaggevende momenten. Zijn motto: Geef nooit op.

Ondernemen staat vol levens- en carrièrelessen, achteraan het boek in puntjes samengevat door Mathieu. De voornaamste levenslessen komen doorheen het boek terug als grote spreuken. Mijn favoriete: ‘Als je een duin beklimt, val dan niet over een zandkorrel’. 

Daarnaast staat Ondernemen boordevol anekdotes, herkenbare momenten die we allemaal meemaken in ons leven en waarbij Mathieu toont hoe hij op die momenten heeft gereageerd. Mijn favoriete, zij het niet zo belangrijke maar wel hilarische anekdote is die van de verwonderde sollicitant die halfweg een opleiding weg stapt door de verkeerde deur. Al is die van de vliegende aardappel ook niet slecht.

De pluimen op je hoed

Is Ondernemen het typische mindset-boek, à la The Secret met zijn ‘law of attraction’? Niet voor mij. Voor mij is Ondernemen bescheidener, minder blasé, eerlijker. Het is misschien wel wat onvlaams, al zegt dat wellicht meer over de Vlaamse neiging tot low profile dan over wat de wereld te bieden heeft. 

In alle gevallen is Ondernemen een inspirerend verhaal over een inspirerende man die erom bekend stond en staat dat hij anderen beter maakt. Nu nog altijd. Bewust, trouwens. Op geen enkel moment steekt Mathieu de pluimen uitsluitend op zijn eigen hoed, net zomin als hij eigen verdienste nodeloos afzwakt. Het is, ik zeg het opnieuw, gewoon een eerlijk relaas, vrij van oordeel of rancune.

Ik had beloofd nog iets te vertellen over Erik Raeven die tegelijkertijd wel en geen ghostwriter is. Wie het boek leest, is allerminst verbaasd over de expliciete vermelding van die naam. De reden sluit aan bij wat ik hierboven al schreef over pluimen op de hoed. Mathieu heeft een ijzersterk principe dat je je als professional moet omringen met mensen die beter zijn dan jij. Dat houdt onvermijdelijk in dat je je dus ook bewust moet zijn van je minder sterke kanten. Wie het boek leest, merkt dat Mathieu er geen problemen mee heeft om zichzelf te laten vervolledigen door mensen die beter zijn dan hij.

Het einde is hard

Tot slot van deze warrige bespreking wil ik nog even stilstaan bij het einde. Een open einde, maar een dat niettemin de dingen in perspectief plaatst én bovendien Mathieu’s levenslessen nóg prangender maakt. Mathieu heeft parkinson. Dat zegt het boek. Dat zegt zijn motoriek wanneer je hem in levende lijve ontmoet. Mathieu blijft er positief onder, het zit niet in zijn aard om zich te wentelen in zelfmedelijden. 

Toch is dit anders. Een positieve mindset in je professionele of persoonlijke leven helpt je om te geloven in de goede afloop der dingen en in de mogelijkheid om andere keuzes te maken indien het wat tegenzit. Maar een ziekte als parkinson kan je niet verslaan met een positieve mindset. Ongeacht wat je doet, op het einde wint de ziekte. Dat is misschien geen reden tot zelfcompassie, maar het is wel hard. 

Conclusie: lees het boek van Mathieu Verwilghen

Ik heb Mathieu’s boek Ondernemen in een paar dagen uitgelezen. En zoals aan het begin gezegd: een echte aanrader. Ik heb bijzonder genoten van de lectuur, op geen enkel moment kwam het me geforceerd over, wellicht doordat ook de mindere momenten onverbloemd aan bod komen. 

En ja, het gaat echt wel om mindset. Zoals een van die grote spreuken in het boek het zegt: ‘Het leven is een avontuur, durf het te leven’.

Aanrader!

Vuil homo’s

Afgelopen week kreeg een homokoppel uit onze gemeente een anoniem briefje in de bus met daarop de tekst ‘Bende vuil homo’s Keep low profile. Of maak je klaar om te vertrekken.’. Ai, toch.

Eerst dit: iedereen heeft het recht om niet te houden van alles wat met LGBT+ te maken heeft. Iedereen heeft het recht om afkerig te staan tegenover dingen als het homohuwelijk en adoptierecht voor koppels van hetzelfde geslacht. Meer nog: iedereen heeft het recht om luidkeels aan zijn afkeer ruchtbaarheid te geven en zelfs om te trachten een politieke meerderheid te vergaren om enkele of alle van de LGBT+-verworvenheden terug te draaien.

Ik ben het niet eens met de vaak hysterische en al te dogmatische verkettering van elkeen die voorbehoud aantekent ten aanzien van geaardheden die niet hetero zijn. Je kan mensen niet verplichten om iets leuk te vinden en het is onredelijk om iemand te veroordelen voor een opvatting of standpunt. 

De zwarte Afrikaan

Op dezelfde manier hebben landen in mijn ogen het recht om een politiek te voeren die LGBT+ niet faciliteert of normaliseert. Ik zal Hongarije en Polen niet bij naam noemen, maar u weet over wie ik het heb. Of landen met zo’n politiek thuishoren in de Europese Unie, is een goede vraag. Zelf ben ik geneigd die vraag negatief te beantwoorden, meer nog wanneer ik in gedachten de homo vervang door pakweg een zwarte Afrikaan. Als je dat doet, merk je onmiddellijk hoe het Hongaarse en Poolse beleid schuren, om het zacht uit te drukken.

Maar wat heeft dat allemaal met ons homokoppel en hun anonieme briefje te maken, vraagt u zich misschien af? 

Wel, terwijl ik vind dat iedereen het recht heeft om niet te moeten hebben van homo’s, vind ik dat briefje daarentegen absoluut onaanvaardbaar. Omdat het leest als een subtiel dreigement. En dat mag niet. 

We zijn er nog niet

Toen ik er met iemand over sprak, zei ik: ‘Het is eigenaardig. Je denkt: dit is de 21ste eeuw, iedereen is mee. Maar blijkbaar niet.’ Met die ‘iedereen is mee’ bedoel ik niet dat iedereen homo’s oké vindt, wel dat de overgrote meerderheid aanvaardt dat homofilie een veel voorkomend iets is dat zijn plaats heeft in onze samenleving en het, afgezien van hun geaardheid, gaat om mensen zoals u en ik. Overigens geloof ik wel dat de overgrote meerderheid homofilie aanvaardt.

Ik dacht dat we intussen wel zo ver waren dat mensen elkaar met rust kunnen laten wanneer ze elkaar niet mogen. Dat ze de andere kant opkijken als het hen echt niet aanstaat. Of dat ze anders op een beschaafde manier hun mening te kennen geven. Dat had zelfs in dat anonieme briefje gekund. Maar in de plaats daarvan werd het dus besmuikte bedreiging: hou je koest of we helpen je oprotten.

Bovenal toffe mensen

Nu, laat er geen misverstand over bestaan, nóg wenselijker dan beschaafde verwerping zou zijn dat homofilie en afgeleiden als normaal en natuurlijk zou worden aanvaard. In mijn ogen zijn er simpelweg veel te veel LGBT+-mensen om daar op een andere manier naar te kijken. Alleen al in mijn omgeving ken ik er verschillende, in alle kleuren en maten en soorten, maar bovenal toffe mensen (de meesten toch).

Dat anonieme briefje met stil dreigement, dat is compleet fout. Mensen bang en ongerust maken is meer dan een stap te ver en onaanvaardbaar. En het toont aan dat er duidelijk nog flink wat werk aan de winkel is om iedereen mee te krijgen, ook bij ons.

Over een waardenloos Europa

Enkele weken geleden vroeg iemand me of ik voor of tegen de Europese Unie was. Over het antwoord moest ik niet nadenken. 

Voor. 

Bijna 80 jaar vrede, open grenzen, welvaart, democratie en een heleboel gedeelde waarden die ik als vooruitgang ervaar. Lange tijd heb ik gedacht dat het de bedoeling was dat heel de wereld als Europa zou worden. Zo’n wereld zou een betere wereld zijn. 

Maar misschien ben ik naïef geweest. 

Ik begrijp dat de Europese Unie in de eerste plaats een economisch project is. Ze is ook een politiek project, weze het voornamelijk om dat economische project mogelijk te maken. Dat lijkt me aanvaardbaar.  

Om het in se rationele project dat de EU is verkocht te krijgen bij ons, Europeanen, is het ingekleed in een verhaal dat eerder de emoties aanspreekt. Dan kom je al gauw uit bij waarden. Lange tijd kon je dat ook lezen bij elke uitbreiding in oostelijke richting: het waardenmodel van de EU heeft grotere aantrekkingskracht dan andere, concurrerende modellen.  

Maar nu weet ik niet waar de Europese Unie mee bezig is. 

Ja, ik heb het over Catalonië. Maar ook over Hong Kong. En over de Oeigoeren. Over Rusland. Stuk voor stuk situaties waar de Europese (?) waarden geweld wordt aangedaan en waar de Unie niet of nauwelijks opspeelt. 

De meest verontrustende is vanzelfsprekend Catalonië. Omdat dat binnen Europa is wat daar gebeurt. Sommigen gaan het niet graag horen, maar persoonlijk ben ik voor noch tegen Catalaanse onafhankelijkheid. Het is mijn zaak niet.  

De manier waarop Spanje de Catalaanse kwestie aanpakt, strookt in mijn ogen niet met de Europese waarden. Mensen die worden vervolgd en opgesloten voor hun politieke overtuiging, vroeger hielden we daar op school schrijf-ze-vrij-dagen voor. Maar soit, ook Spanje is mijn zaak niet. 

De Unie staat niet aan de kant van het volk.

De EU daarentegen beschouw ik wel als mijn zaak. Hoe de Unie reageert op gebeurtenissen binnen en buiten haar grenzen, raakt mij als Europeaan. En om dan te zien hoe Europa de politieke vervolging van democratisch verkozen Europarlementsleden faciliteert door hun parlementaire onschendbaarheid op te heffen, is toch enigszins ontluisterend. 

Dat een parlement zo gemakkelijk een van zijn eigen leden loslaat, is al even verbijsterend. De signalen die hier gegeven worden, voelen helemaal niet goed. In plaats van dat de wereld opschuift richting Europa, lijkt Europa langzaam op te schuiven in de richting van landen als cynische landen als China, Rusland en andere landen die nooit de zijde van hun burgers, laat staan de zwaksten, kiezen. 

Want dat is hét signaal dat de Europese Unie geeft sinds het Catalaanse referendum op 1 oktober 2017: het is haar niet om ons, Europeanen, te doen. De Unie staat niet aan de kant van het volk. Als de Catalanen met hun vreedzame proces iets hebben blootgelegd, is het wel die pijnlijke waarheid.  

Vrijheid van meningsuiting, democratie, gelijkheid van man en vrouw, godsdienstvrijheid, het recht op zelfbeschikking, de vrijheid van politieke vereniging, het geloof in dialoog boven brute machtspolitiek,… Kortom: de rechten van de mens en de waarden van de Verlichting. Ooit droomde ik dat Europa een baken van die waarden zou zijn in een nog altijd veel te onvrije wereld. Sinds deze week schijnt het een pak minder fel. 

En het is niet alleen Catalonië, natuurlijk. Wanneer was de laatste keer dat de Europese Unie nog eens positief in het nieuws kwam? Ik kan het me niet herinneren. Zelfs wanneer je het gegeven in rekening brengt dat Europa gemakkelijk de schuld krijgt van wat lidstaten zelf verprutsen, valt het niet mee om iets goeds te vertellen over Europa.

Zo dreigt Europa dezelfde kant op te gaan als België: een bestuursniveau zonder meerwaarde dat alleen maar een obstakel vormt voor de wereld die ik droom voor mezelf en mijn medemensen. En wanneer iemand me vraagt of ik voor of tegen België ben,…

De argumenten pro Belgica zijn op

België heeft voor niemand nog een meerwaarde, dat blijkt eens te meer tijdens de coronacrisis. Sommigen pleiten voor een confederaal België, maar wie zit daar op te wachten? Eigenlijk is een onafhankelijk Vlaanderen de enige werkbare en zelfs verantwoorde oplossing.


Voor we eraan beginnen, twee korte disclaimers.

  1. Alles wat ik hier schrijf is in eigen naam en kan bijgevolg alleen met kwade wil verward worden met de partijstandpunten van de N-VA
  2. Ik zou echt waar willen dat Wallonië een welvarende regio was geweest en hoop dat het dat gauw kan worden. Los daarvan: no hard feelings tegen welke Franstalige dan ook. De PS is mijn vijand niet.

Nu dat duidelijk is, kunnen we eraan beginnen.


Moest ik Belgisch-gezind zijn, ik denk dat ik me redelijk moedeloos zou voelen. 580 dagen passeerden sinds de regering Michel I viel, 419 sinds de verkiezingen van mei 2019. Een nieuwe Belgische regering is in de verste verte niet in zicht. En sinds juni doet de koning, nochtans vaak naar voren geschoven als verbindende factor, blijkbaar niet meer mee.

Zelfs de coronacrisis, met al haar implicaties, heeft op geen enkel moment een Belgische regering dichterbij gebracht. Sommigen kijken naar de politici en de politieke partijen en bedenken hen met complimenten als ‘onverantwoordelijk’ en ‘onbekwaam’. Onterecht, de regio’s tonen aan dat het geen kwestie van slechte wil of onkunde is.

Maar wat is het dan wel? Wat is de reden dat zelfs de zelfverklaarde België-minnende politici er niet in slagen om een volwaardige Belgische regering op de been te brengen? Het is geen moeilijke vraag en ook het antwoord is eenvoudig: omdat ze er niks bij te winnen hebben. Of, anders gezegd, omdat België niks meer te bieden heeft.

Een visionair boekje zonder inhoud

In menig Vlaamsgezinde boekenkast staat een boekje met als titel Argumenten pro Belgica. Ik heb het hier ook (enkele keren) in de kast staan. Het is een oud boekje, van enkele decennia terug. Ik kan het iedereen aanraden. Er staat niks in. Letterlijk. Alleen lege bladzijden. Blijkbaar is het een visionair boekje.

De argumenten pro Belgica zijn op. Het is game over. Een andere conclusie kan ik niet meer trekken nu ik weet wat zelfs een crisis als corona niet vermag. België is dood. Een kadaver. Iedereen weet het, iedereen ziet het, al wil nog niet iedereen het luidop gezegd hebben. 

Wie wil confederalisme?

Wat nu? Mijn partij pleit voor confederalisme. Alle bevoegdheden naar de deelstaten en wat restbevoegdheden voor België. Los van de gedachte dat confederalisme eigenlijk een Franstalig (wanhoops)aanbod zou moeten zijn in ruil voor centen, vraag ik me af wie blij zou worden van confederalisme. Wie wil echt een confederaal België?

Pas moi

Van revolutionaire gedachte naar verantwoordelijke oplossing

Ik wil een onafhankelijke republiek Vlaanderen. Voor minder ga ik niet. Ik ben trouwens niet de enige. Mijn positie binnen de N-VA is een bevoorrechte, in die zin dat ik met veel mensen binnen en buiten de partij mag praten. Bijna overal hoor ik dezelfde verzuchting, soms een beetje fluisterend of zelfs stilzwijgend gezegd: een onafhankelijk Vlaanderen.

Het is niet langer nodig te fluisteren. Meer nog dan het gesukkel na de verkiezingen van mei 2019 heeft corona het allerlaatste argument pro Belgica van alle overtuigingskracht ontdaan. Dit land heeft niemand nog iets te bieden. En in die zin is een pleidooi voor een zelfstandig Vlaanderen niet eens meer een revolutionaire uitspraak, maar eerder een verantwoordelijke oplossing voor al wie beweert het wel te menen met de Vlamingen.

Tijd om de knop in 11 miljoen hoofden om te draaien

Blijft de vraag: wat nu? Komt het antwoord: voorbereiding, op 2 niveaus. 

De V-politici (sommige politici zijn V zonder dat hun partij V is) moeten zich verzamelen om de Vlaamse staat voor te bereiden. De Vlaamse onafhankelijkheid voorbereiden betekent onder meer een aanvaardbare minimum- en maximumgrens vastleggen waarmee Vlaanderen naar de Franstaligen gaat om te onderhandelen. We leggen uiteraard enkel de maximumgrens op tafel en murmelen eenzijdige afscheuring wanneer zelfs het minimum niet haalbaar blijkt.

Daarnaast denk ik dat de politici de Vlaming moeten voorbereiden door de dingen bij hun naam te noemen en hem gewoon te zeggen: het doel is een Vlaamse republiek. In de hoofden van elke ‘Belg’ moet de Vlaamse republiek als een onontkoombaar voldongen feit geprent worden. Wen er maar aan is cru gezegd, maar daar komt het op neer. Persoonlijk ben ik er zelfs van overtuigd dat de meeste Vlamingen snel aan die nieuwe toekomst zullen wennen.

Ik weet dat er soms gezegd wordt dat Vlaamse onafhankelijkheid geen doel an sich is, maar eerder een middel tot een democratischer bestuur. Mja, wat mij betreft, is het beide. Middel. Maar ook doel an sich. Een legitiem en eervol doel bovendien. Daar hoeven we niet verlegen voor te zijn.

Kortom, het is tijd om de knop om te draaien. Als de huidige situatie in dit land nog niet voldoende aanleiding biedt om het communautaire gaspedaal in te duwen, dan weet ik niet welke omstandigheden wel goed genoeg zullen zijn. België is niet meer te redden, in geen enkele vorm.  België is het verleden, Vlaanderen is de toekomst.

Catalonië: een interne kwestie

Of de Catalanen zondag naar de stembus gaan, is nog niet helemaal zeker. De meesten willen wel, maar geen enkele mag. Of Catalonië volgende week de onafhankelijkheid uitroept, lijkt me wel redelijk zeker. Al zal dat op zich ook wel niet mogen. In elk geval is het een mooi moment om er op Jorre iets over te zeggen, dat mag gelukkig nog wel. Lees verder “Catalonië: een interne kwestie”

11 juli – Prudens’ tweet

11 juli is doorgaans een regenachtige dag, het regent dan namelijk toespraken en opstellen van politieke spelers allerlei. Meestal blikt de auteur van zo’n opstel een beetje terug en een beetje vooruit. Afhankelijk van zijn positie in de politieke arena is de teneur somber dan wel optimistisch over Vlaanderen. Mogelijk zit er hier en daar eentje tussen die mijmert over wat het betekent Vlaming te zijn. Dit jaar ben ik zo eentje.Lees verder “11 juli – Prudens’ tweet”