11 juli – Prudens’ tweet

11 juli is doorgaans een regenachtige dag, het regent dan namelijk toespraken en opstellen van politieke spelers allerlei. Meestal blikt de auteur van zo’n opstel een beetje terug en een beetje vooruit. Afhankelijk van zijn positie in de politieke arena is de teneur somber dan wel optimistisch over Vlaanderen. Mogelijk zit er hier en daar eentje tussen die mijmert over wat het betekent Vlaming te zijn. Dit jaar ben ik zo eentje.

Elk jaar rond 11 juli denk ik na over de vraag wat het betekent Vlaming te zijn. Geen gemakkelijke oefening, zeker niet wanneer driekwart van je huishouden vreemd bloed door de aderen heeft stromen. De vraag of mijn kinderen Vlamingen zijn, kan ik in alle oprechtheid niet beantwoorden. De oudste (5) weet niet dat Vlaanderen bestaat en de jongste (2) weet amper van zichzelf dat hij bestaat. Misschien is het met etnische identiteit zoals met religie: kinderen zijn niks tot iemand hen vertelt wat ze zijn.

 Een onmiskenbaar essentieel bestanddeel van de Vlaamse etnische identiteit is onze taal. Voor ons, Vlamingen, is taal een “core value”¹ van onze etnische zelfbeleving. Prudens Van Duyse tweette het al in 1836: de Tael is gansch het Volk. Wie dat evident lijkt, weze eraan herinnerd dat bij onder meer de Koerden en de joden de taal niet zo’n één-op-één relatie heeft met hun etnische identiteit. De protectionistische houding van de Vlaming ten opzichte van zijn taal is onderdeel van onze linguïstische cultuur². Wie aan de taal raakt, raakt aan het Vlaming-zijn.

 Ironisch genoeg zijn zowel die linguïstische cultuur als de taal als kernwaarde van onze etnische identiteit het product van de Belgische context. België, met zijn francofiele elite, heeft de weg geplaveid voor de Vlaamse Beweging, die met succes de Vlamingen wist te mobiliseren rond het grootste onderscheidende kenmerk: de taal. Vandaag lijkt onze taal sterk te staan, met de nadruk op ‘lijkt’, want alleen al in Brussel blijft Nederlands spreken een politiek geladen daad die nog al te vaak op onbegrip en beledigde gezichten stuit.

 Treden we evenwel buiten de Belgische context, dan blijkt onze taal niet meer zo’n core value meer te zijn. Ik schreef eerder al over de verengelsing van ons onderwijs. De academische wereld verengelst aan een snel tempo en het is wellicht slechts een kwestie van tijd eer het secundair onderwijs daarbij aansluit. Maar ook op andere domeinen sijpelt het Engels onhoudbaar binnen, overigens even goed bij mezelf, tot in de informele spreektaal toe. Zelfs Vlaamsgezinden als Vuye&Wouters spreken over een communautaire standstill in plaats van stilstand.

 Evenmin een core value is de taal van Vlamingen die zich letterlijk buiten de Belgische context plaatsen. Kort geleden nog maar sprak ik Vlamingen in Buenos Aires. Een homogeen Vlaams gezin dat 6 jaar geleden emigreerde zag zijn kinderen binnen het jaar verspaansen. Een ander, Vlaams-Argentijns, gezin heeft videobeelden waarop hun kinderen Nederlands praten, maar wanneer de nu adolescente kinderen daarmee geconfronteerd worden, weten ze in de verste verte niet wat ze in die video aan het zeggen zijn.

 De Belgische context is dus cruciaal voor onze taal als core value van onze etnische identiteit. Daarbuiten vervliegt ze snel. Intussen wachten de Vlamingen in Vlaanderen nieuwe uitdagingen in onze open, geglobaliseerde samenleving met haar ongekend grote taaldiversiteit. Onze taalculturele reflex is vanuit historische gronden protectionistisch eentalig. Daar is niks mis mee, maar de uitdaging van ons de facto meertalig Vlaanderen wordt er niet kleiner mee.

 Vanuit de academische wereld gaan stemmen op om de bestuurlijke eentaligheid alvast in het onderwijs los te laten. Anderstalige kinderen zouden dan in meer of mindere mate in hun moedertaal onderwijs krijgen. Zelf zie ik daar noch het heil noch de praktische haalbaarheid van in, maar als experiment zou het wel interessant zijn, al was het maar om Prudens’ tweet te testen. Levert het loslaten van het Nederlands een even sterke Vlaamse etnische identiteit op als het vasthouden eraan?

En welke mogelijkheid is de aanlokkelijkste? Een Vlaamse identiteit waarvan een essentieel deel wordt ingenomen door taal, meer bepaald (de Vlaamse variant van) het Nederlands? Of valt er ook iets te zeggen voor een Vlaamse etnische identiteit die kan blijven bestaan los van de taal? Dat laatste lijkt misschien ondenkbaar, maar is het ook onmogelijk en zelfs onwenselijk? Realistisch beschouwd zijn uiteraard noch de Vlaamse etnische identiteit noch de Nederlandse taal de eeuwigheid beschoren.

 Wat mezelf betreft, heb ik geen enkele twijfel. De Nederlandse taal, met haar rijke continuüm aan Vlaamse varianten, is een wezenlijk deel van mijn Vlaamse identiteit. Ze onderscheidt me van anderstaligen en van niet-Vlaamse Nederlandstaligen. En als dat niet volstaat, dan is er altijd nog Brussel, waar Nederlands spreken politiek oncorrect gedrag is en dat me er op die manier aan herinnert dat ik in dit land alleen maar Vlaming kan zijn.

In elk geval wens ik iedereen een prettige Vlaamse feestdag toe.

 

¹ volgens Smolicz’ core value theory: Smolicz, J.J. (1980). Language as a core value of culture. In: Journal of Applied Linguistics 11(1), pp. 1-13.

² Schiffman, H.F. (1996). Linguistic culture and language policy. London: Routledge.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s