Objectief-V: relevant, leerrijk en volwassen – nabeschouwing

De 3 studievoormiddagen over confederalisme waarmee de N-VA haar Objectief-V gewicht wenste te geven waren een geslaagd initiatief. De belangstelling was groot, de inhoud was meestal relevant en altijd leerrijk. De aandachtige aanwezige kreeg krachtige argumenten aangereikt om het eigen discours te onderbouwen en dat van de politieke tegenstand te counteren. Hoewel niet op elke vraag even klare antwoorden kwamen, was de centrale boodschap toch duidelijk.

 Eerst kort over de vaagheden, niet om te vitten, maar omdat ze nogal relevant zijn. Zoals de monarchie. Iemand stelde de vraag, het antwoord was in humor gedrenkt, maar niet ad rem. Begrijpelijk voor wie het koningshuis als een van de spelers rond de pokertafel beschouwt. De andere vaagheid betrof Brussel. Brussel kwam wel aan bod, maar niet op een manier die doordacht of realistisch overkwam. Evenzeer begrijpelijk, want Brussel is het moeilijkste deel van het post-Belgicam vraagstuk.

De vaagheid over deze belangrijke, maar eerder praktische kwesties weze organisatoren Sander Loones en Matthias Diependaele vergeven, want strikt gezien vielen ze buiten de opzet van de studievoormiddagen. De centrale vraag in zowel het inleidende als het afsluitende betoog van beide heren was: Hoe Vlamingen winnen voor confederalisme? Of: hoe van ‘Ik ben Vlaming’ een evidentie maken in plaats van een politiek statement?

Hoewel het antwoord op die laatste formulering erg klaar is (onmogelijk in een Belgische context), boden de 3 studiedagen flink wat munitie voor wie het confederalisme in publieke discussies wil bepleiten. Vlaanderen en Wallonië hebben elk een eigen dynamiek, zowel op politiek als op economisch vlak, en dat al sedert de Belgische afscheiding in 1830. Best wel straf overigens dat daar anno 2017 nog mensen van moeten overtuigd worden.

Die verschillende dynamieken werden bijzonder goed aangetoond. De evidente conclusie -elke regio zou zoveel mogelijk een beleid gericht op de eigen, specifieke noden en wensen moeten kunnen voeren- toont daarbij ineens de democratische meerwaarde van onafhankelijkheid voor Wallonië. Terecht werd tijdens de laatste studiedag opgemerkt dat men een pleidooi voor zelfbestuur dezer dagen eerder in Wallonië zou verwachten. Zelf ben ik optimistisch en ga ik ervan uit dat dat nog wel komt.

De eigen Vlaamse dynamiek, zoals aangetoond al aanwezig van bij de Belgische onafhankelijkheid, maakt duidelijk dat de specifieke Vlaamse identiteit in de 21ste eeuw eerder een historisch feit is dan een politiek statement. Meer nog, elk pleidooi om Vlamingen en Walen aan eenzelfde beleid te onderwerpen, is in feite onverdedigbaar geworden. We zijn, zoals al vaak gezegd, echt waar 2 verschillende democratieën en hebben elk recht op een beleid conform ons stemgedrag.

Wat me persoonlijk bijzonder meeviel, was de vriendschappelijke houding tegenover de Walen, die Peter De Roover terecht slachtoffers van België noemde. Het confederalisme gaat uit van een constructief geloof in het potentieel van Wallonië als onafhankelijke staat. Alvast hiermee toont de N-VA zich een volwassen partij en volgens mij daardoor ook een aantrekkelijkere partner voor de Walen. Wie goed luisterde, kan dus niet alleen zijn mede-Vlamingen overreden, maar ook onze Waalse buren.

Afsluitend wil ik toch nog meegeven dat ik persoonlijk het confederalisme niet zie gebeuren. Jan Spooren noemde 4 bevoegdheden voor de confederale overheid: veiligheid, defensie, buitenlandse zaken en de schuldafbouw. Dat zijn er minstens 3 te veel en die 4de, schuldafbouw, kan even goed buiten een confederatie overeengekomen worden. De enige reden voor een confederatie is Brussel, waarvan ik vermoed dat het door niemand echt gewenst is. Maar zelfs Brussel zal naar mijn aanvoelen niet kunnen verhinderen dat, als de dag daar is, Vlaanderen en Wallonië zullen overeenkomen elk hun eigen weg te gaan, zonder overkoepelende overheid.

In elk geval werkten de studievoormiddagen als een deugddoende douche. Wie zich verontrust voelde door de zogenaamde communautaire stilstand, werd eraan herinnerd dat in België alles communautair is en dat het gegeven dat er niet over gesproken wordt, niet betekent dat de dingen niet in beweging blijven. Voor velen was het initiatief wellicht een hart onder de riem, menig aanwezige zal met hernieuwde moed huiswaarts getogen zijn.

Zoals Matthias Diependaele afgelopen zaterdag zei: Wij zijn er klaar voor.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s