Nederlands of Engels: een pragmatische keuze

De verengelsing van het hoger onderwijs in Vlaanderen hoeft niet begrepen te worden als de diskwalificatie van het Nederlands als instructietaal. Verengelsing is een pragmatische keuze in een context van internationalisering.

 Voor ik mijn uiteenzetting geef, wil ik kort reageren op het pauper English of Globish waarnaar Karl Drabbe verwijst in We leren het nooit. Het Globish zoals je dat aantreft aan universiteiten en in bedrijven kan vanuit taalkundig oogpunt nooit een verarming van het Engels betekenen. Het is slechts een bijkomende variant van het Engels en dus eerder een verrijking. Daarentegen betekent de verengelsing (of monolinguïsering) van de academische wereld vanuit taalkundig opzicht wel degelijk een verarming van het academische taallandschap en eventueel een verarming van het Nederlands.

Begin dit jaar diende ik een voorstel in bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) voor een onderzoek naar taalbehoud bij Vlaamse migranten in Argentinië. Dat moest in het Engels. De reden daarvoor is dat elke aanvraag ter beoordeling wordt voorgelegd aan een internationaal panel van experten.

De verengelsing van het hoger onderwijs is een uitgebreid onderzocht onderzoeksdomein binnen de sociolinguïstiek. Daaruit blijkt vooreerst dat het geen exclusief Vlaams of Nederlands fenomeen betreft, maar een internationaal verschijnsel dat overal voor beroering zorgt. De verengelsing is an sich slechts een symptoom van een breder proces, namelijk de internationalisering van het hoger onderwijs.

Die internationalisering speelt zich af op verschillende niveaus. Ten eerste op het niveau van de studenten. Erasmus en andere uitwisselingsprogramma’s zorgen voor een grotere, internationale studentenmobiliteit met ongekend multi-etnische lesgroepen als gevolg.
Ten tweede op het niveau van de Europese samenlevingen, die zelf minder homogeen zijn dan enkele decennia geleden. In landen met een genereuze taalpolitiek zoals Zweden, waar elke minderheid recht heeft op les in de eigen taal, werkt die toegenomen heterogeniteit in het nadeel van het Zweeds.
Ten derde op het niveau van de instellingen:  de internationale rankings, waar alle universiteiten gevoelig voor zijn en waar niet zelden fondsen aan vast hangen. Die rankings kijken onder andere naar het aantal buitenlandse studenten dat voor een bepaalde universiteit kiest, maar ook naar het aantal internationale publicaties in hoog aangeschreven wetenschappelijke tijdschriften.

De keuze voor het Engels is dus een pragmatische. Prestige en ambitie bij zowel instellingen als individuen spelen ook mee, maar zelfs daarzonder dwingt de internationalisering een lingua franca af. Je kan dat betreuren en zelfs willen bestrijden. De vraag is evenwel welk haalbaar alternatief denkbaar is. Een Spaanse student die maar vier maanden aan je faculteit zit voor slechts enkele vakken, kan je bezwaarlijk vragen Nederlands te leren en op het examen wil je hem niet moeten buizen omdat hij het niet uigelegd krijgt in het Nederlands. Op dezelfde manier zou je niet willen dat een Vlaamse student faalt aan een Spaanse universiteit omdat zijn Spaans niet goed genoeg is indien hij daar zit om pakweg Internationaal Recht te leren.

In taalkundige middens leidt de verengelsing niettemin tot hevige en relevante debatten. Immers, je kan er niet rond dat de verengelsing erg voordelig is voor academici en studenten voor wie het Engels de moedertaal is. Zij hebben altijd een stapje voor. Sommige academici vinden dat voordeel concurrentievervalsing. Daaraan gelinkt is de vraag of een academische loopbaan of graad kan staan of vallen met iemands vaardigheid in het Engels*. Hoeveel wetenschappelijke talenten zouden we op die manier niet mislopen! Zo kom je vanzelf bij een derde discussiepunt: vanaf wanneer begin je best aan je (academische) Engels te werken: tijdens de universitaire opleiding zelf? Of al tijdens het secundair, of, wie weet, nog vroeger? Anders gezegd: waar stopt de verengelsing?

Het debat woedt nog volop, het is goed dat het gevoerd wordt. Het Engels als academische lingua franca kan je niet tegenhouden, tenzij je jezelf irrelevant wil maken. Wellicht blijft dit nog enige tijd zo, al weet je nooit welke richting het uitgaat wanneer in een verre of nabije toekomst geschreven en gesproken vertaalsoftware helemaal op punt staan. Tot het zover is, is het niet slecht om te zoeken naar manieren om het Nederlands aan onze universiteiten relevant te houden. Alle suggesties zijn welkom.

* Het niveau van het Engels bij proffen is een terechte bezorgdheid indien die mensen in het Engels willen/moeten onderwijzen. Echter blijkt het niveau van het (geschreven) Nederlands bij Vlaamse proffen ook niet al te hoog aan sommige faculteiten. Best wel ontluisterend, die slides vol fouten.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s