Over helden

Op de vrije tribune van Charlotte Vandycke in Knack valt wel het een en ander aan te merken. Zo spreekt ze uitsluitend over vluchtelingen terwijl er tussen die mensen zeker een deel “gewone” migranten zit. Ook hou ik er niet van dat ons verweten wordt negatief te staan tegenover mensen in nood, terwijl Europa en Vlaanderen uiteraard wél veel doen, zoals blijkt alleen al uit inzamelacties zoals 1212. Overigens zou ik wel eens willen lezen wat met al dat ingezameld geld precies gebeurt.

 Maar omdat ik niet altijd vanuit een defensieve ingesteldheid wil debatteren, concentreer ik me in deze bijdrage op de raakvlakken tussen Vandycke’s discours en mijn eigen opvattingen. Eerlijk is eerlijk: ik voelde me aangesproken door Moeten we ons schamen dat we mensen redden, dat we gastvrij en solidair zijn. Meer nog: met de essentie van Vandycke’s betoog ben ik het eens. Dat is niet moeilijk. Ooit is het misschien aan ons en alleen de goden weten wat we dan allemaal zullen doen voor onze kinderen.

 Ik heb begrip voor mensen die hun meest vertrouwde omgeving achterlaten en zich wagen in het onbekende in de hoop op iets beters. Evident is het allerminst. Moedig is het zeker. De beslissing om alles op te geven en te vertrekken, kan je gemakkelijk framen als een token van bewonderenswaardige daadkracht. Dit zijn in se geen mensen die bij de pakken blijven zitten. Daarbij maakt het mij niet uit of het om vluchtelingen dan wel migranten gaat, al behoeven beide categorieën mijns inziens niet dezelfde aanpak.

 Daarnaast heb ik er alle begrip voor dat vluchtelingen/migranten/ngo’s de EU verkiezen als bestemming, en niet dichterbij gelegen maar ongezellige plekken als Saoedi-Arabië of Libië. Ik ervaar de keuze voor de EU als een compliment en zelfs als een evidentie, want nergens is het beter leven dan bij ons. Als je dan toch alles moet opgeven voor een beter leven, dan kan je maar beter ineens naar de beste plek trekken. Al mag het EU-immigratiebeleid wel wat kordater en gestroomlijnder, vind ik. Overigens ben ik het wel met Armand Vervaeck eens dat de reddingsacties door ngo’s als Artsen Zonder Grenzen een politieke dimensie hebben en dat daar meer transparantie over mag komen.

Waar ik eveneens begrip voor heb, is de economisering van de vluchtelingen- en migratiestromen. Dat is een mooi woord voor mensensmokkel, wat op zijn beurt een lelijk woord is voor migratie-economie. Hoewel ik er niet aan twijfel dat er iets maffieus’ aan zit, lijkt de stroomlijning ervan me begrijpelijk en misschien zelfs wenselijk. In feite is dit gewoon een kwestie van vraag en aanbod. Wel ware het beter indien het de EU zelf was die de migratiestromen beheerde in plaats van dat over te laten aan allerlei dubieus volk.

 Het element uit Vandycke’s vrije tribune ik het meeste mee eens ben, is dat het belangeloos helpen van medemensen in nood een heldendaad is. Altruïsme en empathie zijn kernaspecten van ons mens-zijn. Daar is niks softs aan. Een uitgestoken hand zou nooit mogen bestraft worden, maar zou integendeel moeten worden geprezen als gebaar van bescheidenheid en als bron van inspiratie. Medelijden en mededogen zijn kwaliteiten, geen gebreken, en kunnen we alleen maar aanmoedigen. De bruggen die we daarmee slaan, kunnen nog van pas komen.

 Immers, ooit is het misschien aan ons.